Wetboek van Successierechten - Hoofdstuk I : Vestiging van de rechten

Afdeling II : Overdrachten en beschikkingen gelijkgesteld met overgangen uit oorzaak van dood

Artikel 9

De roerende of onroerende goederen, verkregen ten bezwarenden titel voor het vruchtgebruik door de overledene en voor de blote eigendom door een derde, alsmede de effecten aan toonder of op naam, ingeschreven voor het vruchtgebruik op naam van de overledene en voor de blote eigendom op naam van een derde worden, voor de heffing van het uit hoofde van de nalatenschap van de overledene eisbaar successierecht en recht van overgang bij overlijden, geacht in volle eigendom in dezes nalatenschap voorhanden te zijn en door de derde als legaat te zijn verkregen, tenzij het bewezen wordt dat de verkrijging of de inschrijving niet een bedekte bevoordeling ten behoeve van de derde is.

Commentaar

De fictiebepalingen in het algmeen stammen uit een tijd toen de Nederlanders hier de wetten maakten.

De fiscus vreesde toen voor de inning van successierechten.

De burgers zorgden dat goederen slechts voor vruchtgebruik op naam van de ouders stonden, zodat er niets te erven was als die kwamen te overlijden.

Met artikel 9 zijn die burgers eraan voor de moeite. De goederen worden fictief vermoed nog in volle eigendom tot het actief van de nalatenschap te behoren en worden aldus zo belast met een successierecht.

Het enige dat de brave bruger mag doen is het tegenbewijs leveren. Hoe men dat tegenbewijs moet leveren zegt de wet niet.