Fictieve legaten aan tussenpersonen

Inzake successierechten worden een aantal handelingen als een fictief legaat beschouwd indien ze gesteld worden door bepaalde tussenpersonen.

Artikel 911 BW : Als tussenpersonen worden beschouwd de ouders, de kinderen en afstammelingen en de echtgenoot van de onbekwame of de persoon met wie deze wettelijk samenwoont.

Artikel 1100 BW : Als tussenpersonen worden beschouwd de ouders, de kinderen en afstammelingen en de echtgenoot van de onbekwame of de persoon met wie deze wettelijk samenwoont.

Naast deze tussenpersonen zijn in de eerste plaats de erfgenamen, legatarissen of begiftigden zelf verdacht als ze bepaalde handelingen stellen.

Het gaat daarbij om volgende handelingen (fictieve legaten):

Artikel 9 W. Succ. : verkrijgingen

Artikel 10 W. Succ. : verdelingen

Artikel 11 W. Succ. : vervreemding ten bezwarende titel met voorbehoud van een levenslang recht

Ingevolge artikel 14 W. Succ. zijn de artikelen 9 tot 13 W. Succ. niet van toepassing op andere personen dan erfgenamen, legatarissen of begiftigden of hun tussenpersonen. A contrario kan men daaruit afleiden dat deze fictieve legaten alleen van toepassing zullen zijn wanneer ze worden gedaan tussen verdachte personen.

Fictieve legaten hebben vaak te maken met de persoon.
Bijvoorbeeld inzake het fictief legaat tussen gehuwden.

Andere fictieve legaten zijn van toepassing onafhankelijk van de persoon:
- schenken (zonder registratierecht) en binnen de 3 jaar overlijden
- bepaalde bedingen ten behoeve van een derde
e-notaris.be
Successierechten 2007 : topicsdialogenclausules