Voor het berekenen van het aandeel van de reservataire erfgenamen wordt een fictieve massa samengesteld

Deze massa bestaat uit:

- het vermogen van de overledene op datum van overlijden

- de schenkingen die de overledene tijdens zijn leven heeft gedaan.

 

Om de waarde van deze fictieve massa te berekenen moet men rekening houden met de waarde op datum van overlijden maar met de staat van de goederen op datum waarop ze geschonken werden.

Voor de geschonken ondernemingen zal men echter rekening houden met zowel de hun staat als de waarde ten tijde van de schenking. Dit om te vermijden dat dat diegene(n) van de volgende generatie die de onderneming verbeteren nadat ze hen (deels) geschonken werd, zouden geacht worden deniet deze verbeteringen aangerekend te zien in de nalatenschap van hun ouders.

Art. 922. Om de inkorting te bepalen, vormt men een massa uit alle goederen die bij het overlijden van de schenker of erflater aanwezig waren. De goederen waarover hij bij schenking onder de levenden heeft beschikt, worden fictief daarbij gevoegd volgens hun staat ten tijde van de schenkingen en hun waarde ten tijde van het overlijden van de schenker. Over al die goederen berekent men, na aftrek van de schulden, het gedeelte waarover hij heeft mogen beschikken, met inachtneming van de hoedanigheid van de door hem achtergelaten erfgenamen.
(In afwijking van het vorige lid wordt de waarde ten tijde van de schenking in aanmerking genomen wanneer het goederen betreft die werden geschonken met toepassing van artikel 140bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.) <W 1998-12-22/36, art.79 , 004 Inwerkingtreding : 25-01-1999>