Wetboek Successierechten : Hoofdstuk XI : Aan derden opgelegde verplichtingen ten einde de juiste heffing der ingevolge het overlijden van rijksinwoners verschuldigde successierechten te verzekeren:
....
Artikel 100

De besturen en de openbare instellingen, de stichtingen van openbaar nut en de private stichtingen, alle verenigingen of vennootschappen die in België hun voornaamste instelling, een bijhuis of een om 't even welke zetel van verrichtingen hebben, de bankiers, de wisselagenten, de wisselagentcorrespondenten, de zaakwaarnemers en de openbare of ministeriële ambtenaren moeten aan de ambtenaren van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, met gebeurlijke rechtvaardiging van hun gelijkvormigheid en zonder verplaatsing, alle inlichtingen verschaffen welke dezen nodig achten om de juiste heffing der successierechten te verzekeren.

Deze inlichtingen mogen slaan op al de verrichtingen die gedaan werden, hetzij door de overledene, hetzij door zijn echtgenoot, zijn opvolger of door een derde persoon vóór of na het openvallen van de nalatenschap, en die van aard zouden zijn invloed op de heffing der belasting uit te oefenen.

Voormelde inlichtingen mogen slechts worden gevraagd krachtens een bijzondere machtiging van de directeur-generaal van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, behelzende de aanduiding van de overleden persoon; bovendien, zo het onderzoek betrekking heeft op feiten die meer dan drie jaar vóór het openvallen der nalatenschap gebeurd zijn ofwel op om 't even welke door een ander persoon dan de overledene of dezes echtgenoot gedane verrichtingen, moet bedoelde machtiging de feiten die het voorwerp van de opzoeking uitmaken nauwkeurig bepalen.

Wetsgeschiedenis - De fiscale rol van de notaris