Belgische wetboek van internationaal privaatrecht (2004) : Hoofdstuk VII. - Erfopvolging

Toepassingsgebied van het recht toepasselijk op de erfopvolging

Artikel 80 anno 2007:

§ 1. Het op de erfopvolging toepasselijk recht bepaalt met name :

1° de oorzaken en het tijdstip van het openvallen van de nalatenschap;


2° de roeping van de erfgenamen en de legatarissen, met inbegrip van de rechten van de langstlevende echtgenoot, evenals de andere rechten die tegen de nalatenschap ontstaan door het openvallen ervan; 

3° de roeping van de Staat; 

4° de oorzaken van onterving en onwaardigheid om te erven; 

5° de inhoudelijke geldigheid van uiterste wilsbeschikkingen; 

6° het beschikbare deel, het voorbehouden erfdeel en de andere beperkingen van de vrijheid tot het maken van een laatste wilsbeschikking;

7° de aard en de omvang van de rechten van erfgenamen en legatarissen, evenals de door de overledene opgelegde lasten;

8° de voorwaarden en de gevolgen van de aanvaarding of de verwerping zonder afbreuk te doen aan § 2;

9° de bijzondere oorzaken van onbekwaamheid om te beschikken of te ontvangen;

10° de inbreng en de inkorting van giften evenals de verrekening ervan bij de berekening van de erfdelen.

§ 2. De aanvaarding of de verwerping van een nalatenschap geschiedt op de wijze bepaald door het recht van de Staat op wiens grondgebied de betrokken goederen zijn gelegen op het tijdstip van het overlijden indien dat recht bijzondere formaliteiten vereist. De roerende goederen worden geacht gelegen te zijn bij de gewone verblijfplaats van de overledene op het tijdstip van zijn overlijden.

Het Wetboek Internationaal Privaatrecht en de notariele praktijk