Wetboek van Successierechten : Hoofdstuk 15 : Verjaring
Artikel 137 - Artikel 138 - Artikel 139 - Artikel 140/1 - Artikel 140/2

Artikel 140/1


De verjaringen voor de invordering van rechten, interesten en boeten worden gestuit op de wijze en onder de voorwaarden voorzien door de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. In dit geval is er een nieuwe verjaring, die op dezelfde wijze kan worden gestuit, verworven twee jaar na de laatste akte of handeling waardoor de vorige verjaring werd gestuit, indien er geen geding aanhangig is vóór het gerecht.

De afstand van de verlopen tijd van de verjaring wordt, wat zijn uitwerking betreft, gelijkgesteld met de stuitingshandelingen bedoeld in de vorige alinea.