De bewijsregeling in het wetboek van Successierechten in BelgiŽ

Het wetboek van successierechten bepaalt hoeveel en waarop successierecht moet betaald worden. In hetzelfde wetboek vinden we ook regels terug aangaande het bewijs inzake successierechten.

Banken zijn verplicht een lijst op te maken van alles wat op naam staat van de overledene op datum van overlijden.

In de normale gang van zaken zal het overmaken van deze lijsten voldoende zijn om de Belastingen toe te laten het vermogen van de overledene vast te stellen.

Normaal gezien gaat de fiscus geen vragen stellen over wat er allemaal gebeurde op de rekeningen van de overledene gedurende de jaren voorafgaand aan het overlijden.

Er bestaat een vermoeden vastgelegd in artikel 108 van het Wetboek van Successierechten. Dit vermoeden is weerlegbaar.

Het bestaan van roerende bezittingen van de overledene

Dat artikel bepaalt dat wat betreft de roerende waarden, het voldoende is dat de Belastingsadministratie het bestaan aantoont van bepaalde roerende bezittingen in eigendom van de overledene binnen de periode van 3 jaar voor het overlijden.

Het bankgeheim zal hierbij geen hinderpaal zijn voor de fiscus. In een extreem geval, zou de fiscus navraag kunnen doen op zijn kosten bij alle Belgische Banken, maar de facto zal de fiscus meer gericht aan bepaalde banken vragen stellen, op basis van feiten waarvan hij weet heeft in het dossier.

Eens dat bestaan vastligt, zal er hoe dan ook successierecht verschuldigd zijn. Tenzij natuurlijk de erfgenamen kunnen aantonen waar dat bezit naartoe is gegaan.

Aankoop van obligaties aan toonder

Het is een zeer vervelende situatie wanneer de fiscus vaststelt dat de overledene bijvoorbeeld obligaties aan toonder heeft aangekocht in de periode van 3 jaar voor zijn overlijden.

Stel nu dat die obligaties aan toonder niet meer te vinden zijn na het overlijden. De overledene kan niet meer vertellen wat hij ermee gedaan heeft.

De loutere bewering dat de obligaties aan toonder verdwenen zijn, zal de fiscus er niet van weerhouden een successierecht te vestigen op de waarde van die obligaties aan toonder.

Maar de fiscus zal niet automatisch op de hoogte worden gebracht van alle aankopen van obligaties aan toonder door de overledene.

Maar de fiscus heeft wel het recht om alle bankrekening uittreksels te onderzoeken. Of hij dit recht uitoefent hangt van de beoordeling van de fiscus af.

'Waar rook is, is vuur' is de gedachte waarmee de fiscus in bepaalde nalatenschappen waar hij een vermoeden heeft dat er iets is, wel aan een grondig onderzoek van de bankrekeningen van de overledene zal beginnen.

Vooral de periode van 3 jaar voor het overlijden zal de aandacht van de fiscus krijgen. Het vermoeden van artikel 108 laat toe dat de fiscus gewoon aantoont dat de overledene stukken aan toonder heeft gekocht.

Dat volstaat voor de fiscus om over te gaan tot taxatie van de erfgenaam. Aan de erfgenaam komt dan de bewijslast toe om aan de betaling van het successierecht te ontkomen.

Diefstal is moeilijk te bewijzen

Men kan een klacht neerleggen om te laten onderzoeken of er een diefstal is geweest van de obligaties.

Het Parket zal niet zomaar eenvoudigweg iemand als een dief van obligaties aan toonder bestempelen.

Bij het neerleggen van de klacht zal men dus goed moeten bedenken dat ze misschien tot niets zal leiden.

Wie de obligaties aan toonder uit een kluis mag halen, heeft een schenking gekregen

Het is niet evident om van iemand het geheim en de sleutel van zijn kluis te krijgen.

Als kan aangetoond worden dat iemand op die manier obligaties aan toonder heeft verkregen, zal deze persoon niet graag als dief worden bestempeld.

Dat iemand dergelijke vertrouwelijk gegevens verkrijgt, toont ook ergens aan dat hij een schenking heeft gekregen van de overledene.

Iemand die stukken aan toonder heeft weggenomen uit een kluis, kan beweren dat hij ze van de overledene heeft gekregen. Het is niet eenvoudig voor de ergenamen om dat te betwisten.

Verlies van stukken aan toonder

Wie stukken aan toonder verliest, kan er nieuwe krijgen van de bank. Dat is wel op eigen verantwoordelijkheid en niet die van de bank.

Na 5 jaar zal de bank wel de nieuwe stukken afleveren en uitbetalen, maar wel onder aftekenen, dat de betrokkene alle verantwoordelijkheid op zich neemt voor alle gevolgen, indien originele stukken aan toonder later toch nog zouden opduiken.

Indien de stukken opduiken, kan diege die ze in zijn bezit heeft, trachten aan te tonen dat hij ze op een rechtmatige manier heeft verkregen.

Schenking door handgifte is een rechtmatige manier om eigenaar te worden van stukken aan toonder.

Indien de de schenking het beschikbaar deel werd overschreden, kan de reservataire erfgenaam de inkorting vragen van de handgifte.


De tekst op deze pagina werd louter ter informatie geschreven, om de lezer toe te laten zich een beter inzicht te vormen over juridische aangelegenheden.