Erfgenaam.be
Titel I : Erfenissen - Hoofdstuk V. - Aanvaarding en verwerping van nalatenschappen

Afdeling II. - Verwerping van nalatenschappen

Art. 784. De verwerping van een nalatenschap wordt niet vermoed : zij kan voortaan alleen gedaan worden op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen, in een bijzonder daartoe gehouden register.

Art. 785. De erfgenaam die de nalatenschap verwerpt, wordt geacht nooit erfgenaam te zijn geweest.

Art. 786. Het aandeel van hem die de nalatenschap verwerpt, komt door aanwas ten goede aan zijn medeërfgenamen; indien hij alleen is in zijn graad, vervalt het aan de volgende graad.

Art. 787. Men komt nooit bij plaatsvervulling op voor een erfgenaam die de nalatenschap verworpen heeft; indien hij die de nalatenschap verwerpt, de enige erfgenaam is in zijn graad, of indien al zijn medeërfgenamen de nalatenschap verwerpen, komen de kinderen uit eigen hoofde en erven zij bij hoofden.

Art. 788. De schuldeisers van hem die met benadeling van hun rechten een nalatenschap verwerpt, kunnen zich door de rechter doen machtigen om de nalatenschap uit hoofde van hun schuldenaar in zijn plaats te aanvaarden.
  In dit geval is de verwerping alleen ten voordele van de schuldeisers en slechts tot het bedrag van hun schuldvorderingen vernietigd; zij is het niet ten voordele van de erfgenaam die de nalatenschap verworpen heeft.

Art. 789. Het recht om een nalatenschap te aanvaarden of te verwerpen verjaart door verloop van de tijd die voor de langste verjaring van onroerende rechten is vereist.

Art. 790. Zolang tegen erfgenamen die een nalatenschap verworpen hebben, geen verjaring is verkregen van het recht om te aanvaarden, blijven zij bevoegd om de nalatenschap alsnog te aanvaarden, indien deze niet reeds door andere erfgenamen is aanvaard; onverminderd evenwel de rechten die door derden op de goederen van de nalatenschap mochten zijn verkregen, hetzij door verjaring, hetzij door handelingen die wettig verricht zijn met de curator van de onbeheerde nalatenschap.

Art. 791. Men kan, zelfs bij huwelijkscontract, de nalatenschap van een persoon die nog in leven is, niet verwerpen, noch de toekomstige rechten vervreemden die men op zodanige nalatenschap mocht hebben, tenzij in de gevallen bij de wet bepaald.

Art. 792. De erfgenamen die goederen van de nalatenschap hebben weggemaakt of verborgen gehouden, verliezen de bevoegdheid om de nalatenschap te verwerpen; al verwerpen zij deze, toch blijven zij zuiver erfgenaam, zonder op enig aandeel in de weggemaakte of verborgen gehouden zaken aanspraak te kunnen maken.