Art. 101 Wetboek Successierechten anno 2006Geen brandkast, in huur gehouden bij een persoon of bij een vereniging, gemeenschap of vennootschap die gewoonlijk brandkasten verhuurt, mag, na het overlijden van de huurder of van zijn echtgenoot, van een der medehuurders of van zijn echtgenoot, worden geopend tenzij in tegenwoordigheid van de verhuurder die er toe gehouden is, vóór de inbezitneming door de rechthebbenden, de echt en deugdelijk verklaarde lijst van alle in de kast berustende effecten, sommen, waarden en hoe ook genaamde voorwerpen op te maken en ze aan de daartoe aangewezen ambtenaar van [de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen] af te geven. Deze lijst moet de effecten, sommen, waarden en hoe ook genaamde voorwerpen vermelden die zouden geborgen zijn in gesloten omslagen, colli's, dozen en koffertjes, welke zich in de brandkast bevinden. Deze bepaling werd ingevoerd bij art. 3 Besl. W. 4 mei 1940 (B.S., 8 mei 1940) en gewijzigd bij art. 240 W. 22 december 1989 (B.S., 29 december 1989), met ingang van 1 januari 1990.
VAN SINAY, T., De procedure van verzegeling en de verplichtingen aan derden opgelegd door het wetboek van successierechten, Not. Fisc. M. 1998, 132-135. Noot onder Vred. Berchem 12 maart 1997, not. fisc. m. 1998, 130, noot VAN SINAY, T. . |