Belgische Wetboek van Successierechten : Hoofdstuk X : Waarborgen van de Staat

Afdeling I : Zakelijke zekerheden

Artikel 84
Om de invordering van het successierecht te waarborgen, wordt, ten bate van de Staat, op al de nagelaten roerende goederen een algemeen voorrecht gesteld, onmiddellijk rang nemende na deze vermeld onder artikelen 19 en 20 van de Wet van 16 december 1851 en onder artikel 23 van Boek II van het Wetboek van Koophandel.
Bovendien, wordt de invordering der rechten van successie en van overgang bij overlijden gewaarborgd door een wettelijke hypotheek op al de voor hypotheek vatbare goederen door de overledene in het Rijk nagelaten.

Deze waarborgen dekken insgelijks de interesten, alsmede de kosten van vervolging en van geding.


Artikel 85
Het voorrecht op de meubelen vervalt met achttien maanden na de dag van het overlijden, indien, vóór bedoeld tijdperk, de ontvanger geen gerechtelijke vervolgingen aangevangen heeft.


Artikel 86
De wettelijke hypotheek kan aan derden, zonder inschrijving, tegengeworpen worden gedurende een termijn van achttien maanden te rekenen van de datum van het overlijden.

Zij behoudt haar uitwerking met ingang van dezelfde datum indien de inschrijving vóór het verstrijken van voormelde termijn gevorderd wordt.

Na het verstrijken van die termijn, neemt zij slechts rang te rekenen van de dag van de inschrijving.


Artikel 87
De hypotheek wordt op aanzoek van de ontvanger ingeschreven.

De inschrijving heeft plaats, niettegenstaande verzet, betwisting of beroep, krachtens hetzij een dwangbevel, dagvaarding, aanvraag om schatting of elke andere vervolgingsakte, hetzij een gerechtelijke beslissing waarbij het bedrag van de schuldvordering van de Staat is bepaald. Wanneer het geheel of een gedeelte van de belasting of van de bijhorigheden niet bepaald is, wordt de inschrijving voor de door de ontvanger in het borderel te begroten som gevorderd.

Onverminderd de toepassing van artikel 87 van de Wet van 16 december 1851, mag de inschrijving worden gevorderd voor een door de ontvanger te begroten som welke al de interesten vertegenwoordigt welke vóór de kwijting van de belasting mochten verschuldigd zijn.

Bij ontstentenis van een der akten of beslissingen waarvan sprake in de tweede alinea van onderhavig artikel, heeft de inschrijving slechts plaats tegen de op verzoek gegeven toelating vanwege de vrederechter van het kanton waarin het ontvangstkantoor ligt.
In dergelijk geval, bepaalt het bevel de bezwaarde goederen en de som ten belope waarvan de inschrijving mag genomen worden.

In het geval van artikel 94, mag de ontvanger zowel vóór als na de invorderbaarheid van de rechten inschrijving vorderen op zicht van het bevel van de vrederechter houdende bepaling van het bedrag van de borgtocht.

Artikel 88
Wanneer de inschrijving binnen de achttien maanden na het overlijden wordt gevorderd, wordt ze onder de naam van de overledene genomen, zonder dat de erfgenamen, legatarissen of begiftigden in het borderel dienen nader bepaald. In dit geval, wordt de overledene zoveel mogelijk door zijn voornamen, datums en plaatsen van zijn geboorte en van zijn overlijden aangeduid.

Artikel 89
De ontvanger geeft handlichting van de inschrijving, in de administratieve vorm, zonder dat hij ertoe gehouden weze, tegenover de hypotheekbewaarder, de verantwoording te verstrekken van de betaling der verschuldigde sommen.

Artikel 90
Wanneer, binnen achttien maanden na het openvallen der nalatenschap, een derde te goeder trouw een goed der erfenis, een zakelijk recht, een hypotheek, een pand of een inpandgeving op zulk goed ten bezwarenden titel verkregen heeft nadat de ingeleverde aangifte definitief geworden is, hetzij door het verstrijken van de termijn van inlevering, hetzij ingevolge de verzaking der aangevers aan het recht van verbetering, kunnen het voorrecht en de wettelijke hypotheek niet deze derde tegengeworpen worden ter invordering van alle supplement van rechten en bijhorigheden.

Deze bepaling is evenwel niet toepasselijk indien, vóór de verkrijging, een verbeterende aangifte ingediend werd of een gerechtelijke vervolging door de ontvanger ingespannen werd wegens de invordering van bijrechten en van de bijhorigheden, of indien een inschrijving ten bate van de Staat reeds uit die hoofde genomen werd.

De erfgenamen, legatarissen en begiftigden, zomede de openbare ambtenaren ermede belast de goederen van de erfenis te verkopen of te hypothekeren, zijn, tegen betaling van een door de Minister van Financiën vast te stellen retributie, ertoe gerechtigd van de ontvanger een attest te vorderen, dat vermelding houdt van de wegens de ingeleverde aangiften verschuldigde sommen, zomede van die waaromtrent vervolgingen ingespannen zijn.

Dit attest dient binnen de maand der aanvraag per aangetekende brief verstrekt.

Artikel 91
Zo de belanghebbenden, alvorens de rechten van successie of van overgang bij overlijden gekweten te hebben, de gezamenlijke bezwaarde goederen of een deel ervan van de hypotheek willen bevrijden, vragen zij dit aan de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen binnen wiens ambtsgebied het kantoor van heffing gelegen is. Deze aanvraag wordt aangenomen zo de Staat voor het verschuldigd bedrag reeds voldoende zekerheid heeft of zo deze hem gegeven wordt.

Artikel 92
Door het recht van voorrecht en van wettelijke hypotheek worden de vroeger door derden verkregen rechten niet benadeeld.

Artikel 93
De kosten der hypothecaire formaliteiten betreffende de wettelijke hypotheek komen, in alle geval, ten laste van de Staat.