Belgische Wetboek van Successierechten : Hoofdstuk X : Waarborgen van de Staat

Afdeling II : In het buitenland wonende erfgenaam

Artikel 94


Onverminderd de zekerheid waarvan sprake in artikel 84, is alle in het buitenland wonende persoon, die erfgenaam, legataris of begiftigde is in de nalatenschap van roerende goederen van een Rijksinwoner, ertoe verplicht borg te stellen voor de betaling van het successierecht, van de interesten, boeten en kosten waartoe hij tegenover de Staat mocht gehouden zijn.

Na de erfgenaam en de aangestelde van het bestuur te hebben gehoord, wordt het bedrag van de borgstelling vastgesteld door de vrederechter van de laatste fiscale woonplaats die, overeenkomstig artikel 38, 1°, eerste lid, het kantoor bepaalt waar de aangifte van successie van de overledene moet worden ingediend. De zegels mogen niet gelicht worden en geen openbare ambtenaar mag de goederen der nalatenschap verkopen, noch er de akte van kaveling van opmaken, vóór de aflevering van een getuigschrift van de ontvanger, ten blijke dat de vreemdeling zich naar deze bepaling gedragen heeft, op straf van alle kosten en schadevergoedingen.

Dit getuigschrift wordt gevoegd bij het proces-verbaal der verkoping van de roerende goederen of bij de akte van kaveling.

De gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen mag de erfgenaam die in het buitenland woont er van ontslaan de borgstelling te verstrekken.

--------------------
Art. 94 : gewijzigd bij art. 2, W.17.04.2002(B.S. 03.05.2002)
          in werking op 01.01.2002.

Artikel 95


De inschrijvingen, effecten op naam of aan toonder, sommen, waarden, gesloten koffers, omslagen en colli's, waarvan sprake in artikelen 96 tot 99, mogen het voorwerp niet uitmaken van een conversie, een overdracht, een teruggave of een betaling, indien zij geheel of gedeeltelijk toekomen aan een erfgenaam, legataris, begiftigde of andere rechthebbende die in het buitenland woont, voordat de door artikel 94 voorgeschreven waarborg is gesteld.

Zo, in de gevallen voorzien in artikel 101, onder de rechthebbenden één of meer personen zijn die in het buitenland wonen, mag de verhuurder van de brandkast of de notaris die de door gezegd artikel voorgeschreven lijst of inventaris heeft opgemaakt, de inbezitneming door de rechthebbenden van de in de kast liggende zaken niet toestaan voordat de door artikel 94 opgelegde waarborg wordt gesteld.