Vlaams wetboek der successierechten

Artikel 21

In afwijking van artikel 19, wordt de belastbare waarde der tot de nalatenschap behorende goederen als volgt vastgesteld:

I. Voor de in het buitenland gelegen onroerende goederen, indien de verkoopwaarde niet blijkt uit akten en bescheiden, door twintig of dertig maal de jaarlijkse opbrengst der goederen of de prijs der lopende huurcelen, zonder aftrekking van de lasten aan de huurder of aan de pachter opgelegd, naar gelang het gaat om bebouwde eigendommen of onbebouwde eigendommen; in geen geval, mag de belastbare waarde lager zijn dan deze die tot grondslag gediend heeft voor de heffing van de belasting in het buitenland.

II. Voor het kapitaal en de interesten vervallen of verkregen van de schuldvorderingen, door het nominaal bedrag van dit kapitaal en van deze interesten, onder voorbehoud voor de aangevers de schuldvordering op haar verkoopwaarde te schatten, in geval van onvermogen van de schuldenaar of van het bestaan van alle andere oorzaak van waardevermindering.

III. Voor de openbare effecten, volgens de prijscourant die op last van de regering wordt uitgegeven, voor zoveel de noteringen van de prijscourant beantwoorden aan een koers genoteerd gedurende de maand waarvoor zij opgemaakt wordt.

De te bezigen prijscourant is deze welke werd bekendgemaakt binnen de maand die volgt op de maand van het overlijden. Evenwel, kunnen de belanghebbenden zich beroepen op een van de twee daaropvolgende prijscouranten, op voorwaarde hun keus in hun aangifte aan te duiden.

Slechts één prijscourant mag gekozen worden; deze is toepasselijk op al de nagelaten waarden.

IV. Voor de altijddurende of voor een onbepaalde tijd gevestigde erfpachten, grondrenten en andere prestatiën, evenals voor de al dan niet gehypothekeerde altijddurende renten, door twintig maal de rente of de jaarlijkse prestatie, onder voorbehoud voor de aangevers de rente of prestatie op haar verkoopwaarde te begroten, in geval van onvermogen van de schuldenaar of van het bestaan van alle andere oorzaak van waardevermindering.

V. Voor de op het hoofd van een derde gevestigde lijfrenten en andere levenslange uitkeringen, door de vermenigvuldiging van het jaarlijks bedrag der uitkering met het getal:

18, indien hij, op wiens hoofd de rente is gevestigd, 20 jaar oud is of minder;

17, indien hij, op wiens hoofd de rente is gevestigd, boven de 20 tot 30 jaar oud is;

16, indien hij, op wiens hoofd de rente is gevestigd, boven de 30 tot 40 jaar oud is;

14, indien hij, op wiens hoofd de rente is gevestigd, boven de 40 tot 50 jaar oud is;

13, indien hij, op wiens hoofd de rente is gevestigd, boven de 50 tot 55 jaar oud is;

11, indien hij, op wiens hoofd de rente is gevestigd, boven de 55 tot 60 jaar oud is;

9,5, indien hij, op wiens hoofd de rente is gevestigd, boven de 60 tot 65 jaar oud is;

8, indien hij, op wiens hoofd de rente is gevestigd, boven de 65 tot 70 jaar oud is;

6, indien hij, op wiens hoofd de rente is gevestigd, boven de 70 tot 75 jaar oud is;

4, indien hij, op wiens hoofd de rente is gevestigd, boven de 75 tot 80 jaar oud is;

2, indien hij, op wiens hoofd de rente is gevestigd, boven de 80 jaar oud is.

VI. Voor het op het hoofd van een derde gevestigde vruchtgebruik, door de jaarlijkse opbrengst van de goederen, berekend tegen 4 % van de waarde van de volle eigendom, vermenigvuldigd met het onder nummer V aangeduide cijfer.

VII. Voor de voor een beperkte tijd gevestigde renten of prestatiën, door de som die door de kapitalisatie van de renten of prestatiën ad 4 % op de datum van het overlijden wordt vertegenwoordigd, onder dit voorbehoud dat het bedrag van de kapitalisatie, al naar het geval, de belastbare waarde, zoals die in nummers IV en V wordt bepaald, niet te boven gaat.

Dezelfde regel is van toepassing wanneer het gaat over een voor beperkte tijd gevestigd vruchtgebruik, met dien verstande dat dan de opbrengst van de goederen zoals in nummer VI wordt gezegd tot grondslag van de kapitalisatie wordt genomen.

VIII. Voor de blote eigendom, door de waarde van de volle eigendom onder aftrek van de waarde van het vruchtgebruik berekend naar de voorschriften van dit artikel en van artikel 22.

Geen aftrek heeft plaats wanneer het vruchtgebruik bij toepassing van artikel 67 vrij is van het recht van successie en van overgang bij overlijden.

(Bijgewerkt tot Belgisch Staatsblad van 13 september 2007)

Waardebepaling actief nalatenschap
inheritancetax