Vlaams wetboek der successierechten

Artikel 38

De aangifte van successie dient ingeleverd:

1° bij overlijden van een Rijksinwoner: door de erfgenamen, de algemene legatarissen en begiftigden, met uitsluiting van alle andere legatarissen of begiftigden, ten kantore van de successierechten binnen welk gebied de overledene zijn laatste fiscale woonplaats had. Als de fiscale woonplaats van de overledene tijdens de periode van vijf jaar voor zijn overlijden in meer dan één gewest gevestigd was, moet de aangifte worden ingediend ten kantore van de successierechten van de laatste fiscale woonplaats binnen het gewest waarin de fiscale woonplaats van de overledene tijdens de vermelde periode het langst gevestigd was.

Evenwel, in geval van stilzitten der erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden, zijn de legatarissen en begiftigden ter algemenen of bijzonderen titel ertoe gehouden, op aanzoek van de ontvanger bij aangetekende brief, de aangifte in te leveren voor datgene wat hen betreft, en zulks uiterlijk binnen de maand na de afgifte van het stuk ter post.

In geval van devolutie van geheel de gemeenschap aan de overlevende echtgenoot, krachtens een niet aan de regelen betreffende de schenkingen onderworpen huwelijksovereenkomst, is de genieter ertoe gehouden het actief en het passief der gemeenschap aan te geven;

2° in geval van overlijden van een persoon die geen Rijksinwoner is: door de erfgenamen, legatarissen of begiftigden der in België gelegen onroerende goederen, ten kantore der successierechten in welks gebied deze goederen gelegen zijn.

Zo de door een zelfde erfgenaam, legataris of begiftigde verkregen onroerende goederen gelegen zijn in het ambtsgebied van verscheidene kantoren, is het bevoegd kantoor dit binnen het gebied waarvan zich het deel der goederen bevindt met het hoogste federaal kadastraal inkomen;

3° bij afwezigheid: door de personen die krachtens het 1° en het 2° van dit artikel tot aangifte verplicht zijn, ten kantore van de laatste fiscale woonplaats van de afwezige binnen het Rijk als bedoeld in 1°, wat het recht van successie betreft, en ten kantore van de plaats waar de goederen gelegen zijn, zoals onder 2° is aangeduid, wat het recht van overgang bij overlijden betreft;

4° in het geval voorzien in artikel 37, 1°: door de ingestelde rechtspersoon, ten kantore waar de belasting nog te betalen blijft;

5° in de gevallen bedoeld in artikel 37, 2° tot 4°: door de hiervoren aangewezen personen, tenzij slechts bepaalde erfgenamen, legatarissen of begiftigden uit de gebeurtenis voordeel trekken, in welk geval deze alleen tot aangifte zijn verplicht. De aangifte moet worden ingeleverd ten kantore waar de eerste aangifte werd neergelegd;

6° in geval van ophouding van vruchtgebruik, door de erfgenamen blote eigenaars of hun rechtverkrijgenden, ten kantore waar de voor de overdracht van de blote eigendom verschuldigde rechten in schorsing gebleven zijn;

7° in geval van fideïcommis: door de verwachter alleen, indien de overdracht geschiedt ten gevolge van het overlijden van de bezwaarde erfgenaam, en door de verwachter en de bezwaarde, wanneer de goederen op de verwachter overgaan tijdens het leven van de bezwaarde, ten kantore waar de nalatenschap van hem die de beschikking gedaan heeft aangegeven werd.

--------------------
Art. 38 : gewijzigd bij art. 2, W.07.03.2002 (B.S.19.03.2002) uitwerking
          met ingang van 01.01.2002.

(Bijgewerkt tot Belgisch Staatsblad van 13 september 2007)

Personen gehouden tot indiening aangifte nalatenschap
inheritancetax