Wetboek der successierechten
Hoofdstuk IX : Betaling der rechten en boeten : Verplichting - BijdrageTermijn van betaling - Moratoire interest - Wijzen van betaling

Afdeling V : Wijzen van betaling

Artikel 83/1

De obligaties aan toonder en de inschrijvingen op naam van de geünificeerde 4 % schuld die door een erfgenaam, legataris of begiftigde verkregen worden uit de nalatenschap van een Rijksinwoner, worden aangenomen voor het bedrag van hun nominale waarde, vermeerderd met het prorata van de opgelopen interest, ter betaling der rechten en, desvoorkomend, der interesten verschuldigd door bedoelde erfgenamen, legataris of begiftigde, uit hoofde van de nalatenschap.

Behoudens het geval van overmacht, moet dit vermogen uitgeoefend worden uiterlijk binnen de vijftien dagen te rekenen van de wettelijke vervaldag der rechten.

Het is afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat belanghebbenden door alle middelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed, bewijzen dat de in betaling aangeboden waarden uit de nalatenschap van de overledene door hen werden verkregen.

Voor de berekening van het interestprorata opgelopen op de tot betaling aangeboden titels, wordt iedere maand voor dertig dagen gerekend; de interest wordt per vijftien dagen gerekend; alle breuk van vijftien dagen wordt verwaarloosd.

Artikel 83/2


Onverminderd artikel 83/1, kan bij koninklijk besluit worden voorgeschreven dat de betaling van de successierechten, rechten van overgang bij overlijden, boeten en interesten moet geschieden door storting of overschrijving op de postcheckrekening van het met de invordering belast kantoor.

Artikel 83/3


Iedere erfgenaam, legataris of begiftigde kan, mits hij daartoe civielrechtelijk bevoegd is, verzoeken de uit hoofde van een nalatenschap invorderbare rechten geheel of ten dele te voldoen door de afgifte van kunstwerken waarvan de minister van Financiën, op eensluidend advies van de in artikel 83/4 bedoelde bijzondere commissie, erkent dat zij tot het roerend cultureel erfgoed van het land behoren of dat zij internationale faam genieten.

Examenvraag 2005