Wetboek der successierechten
Hoofdstuk IX : Betaling der rechten en boeten : Verplichting - BijdrageTermijn van betaling - Moratoire interest - Wijzen van betaling

Afdeling V : Wijzen van betaling

....

Artikel 83/3

Iedere erfgenaam, legataris of begiftigde kan, mits hij daartoe civielrechtelijk bevoegd is, verzoeken de uit hoofde van een nalatenschap invorderbare rechten geheel of ten dele te voldoen door de afgifte van kunstwerken waarvan de minister van Financiën, op eensluidend advies van de in artikel 83/4 bedoelde bijzondere commissie, erkent dat zij tot het roerend cultureel erfgoed van het land behoren of dat zij internationale faam genieten.

Om ter betaling te kunnen worden aangeboden, moeten de kunstwerken in hun geheel deel uitmaken van de nalatenschap of op de dag van het overlijden in hun geheel toebehoren aan de overledene en/of aan zijn overlevende echtgenoot of aan de erfgenamen, legatarissen of begiftigden.

Deze uitzonderlijke betalingswijze is afhankelijk van de formele aanvaarding van het aanbod door de Minister van Financiën.

Het met de rechten begunstigde gewest, vermeldt door zijn vertegenwoordiger in de speciale Commissie en vóór het overzenden van het advies van de commissie aan de Minister van Financiën, dat het de betaling door middel van de aangeboden kunstwerken verkiest en vermeldt in voorkomend geval de aan te nemen werken. In dit geval zal het betreffende gewest geacht worden, zodra de werken formeel ter betaling aangenomen werden door de Minister van Financiën, de verschuldigde successierechten ontvangen te hebben, tot beloop van de waarde van de aangenomen werken.

Ingeval het gewest de betaling in kunstwerken slechts verkiest voor een deel van de aangeboden werken, betekent de voorzitter van de Commissie dit aan de aanvrager(s). Deze heeft (hebben) één maand te rekenen van de betekening om aan de voorzitter mee te delen of hij (zij) zijn (hun) aanbod van afgifte intrekt (ken) of aanpast (sen).

Ingeval het gewest de betaling door middel van kunstwerken weigert, betekent de voorzitter van de Commissie aan de aanvrager(s) de verwerping van het aanbod van de afgifte.

De ter betaling aangeboden kunstwerken worden, ongeacht of zij al dan niet deel uitmaken van de nalatenschap, geschat door de in artikel 83/4 bedoelde bijzondere commissie en worden geacht te worden aangeboden tegen de waarde die bij de voorafgaande schatting werd vastgesteld. Maakt het kunstwerk deel uit van de nalatenschap, dan wordt de waarde die is vastgesteld bij deze voorafgaande schatting daarenboven in aanmerking genomen voor de heffing van de successierechten. De kosten verbonden aan deze schatting worden voorgeschoten door de verzoekers. Ze worden door de Staat gedragen wanneer de Minister van Financiën de inbetalinggeving geheel of ten dele aanvaardt.

De erfgenamen, legatarissen of begiftigden dienen de schattingsaanvraag in bij een ter post aangetekende brief bij de voorzitter van de in artikel 83/4 bedoelde bijzondere commissie. Deze aanvraag wordt terzelfder tijd bij een ter post aangetekende brief betekend aan de ontvanger van het bureau waar de aangifte moet worden ingediend.

Het bewijs dat de ter betaling aangeboden goederen in hun geheel tot de nalatenschap behoren of in hun geheel toebehoren aan de overledene en/of zijn overlevende echtgenoot of aan de erfgenamen, legatarissen of begiftigden, kan worden geleverd door alle wettelijke middelen, met inbegrip van getuigenissen en vermoedens, maar met uitsluiting van de eed.

Aanvullende regels betreffende de inbetalinggeving worden vastgelegd bij koninklijk besluit.

--------------------
Art. 83/3 :

gewijzigd bij art. 2, W 21.06.2001 (B.S. 05.07.2001), met ingang van 10.09.2003 (Art. 32, W 26.08.2003 - B.S. 10.09.2003);

lid 3 gewijzigd bij art. 48, 1°, W 11.07.2005  (B.S. 12.07.2005), met ingang van 22.07.2005;

lid 4 - 6 ingevoegd bij art. 48, 2°, W 11.07.2005 (B.S. 12.07.2005), met ingang van 22.07.2005.


Artikel 83/4


De in artikel 83/3 bedoelde bijzondere commissie heeft tot taak de Minister van Financiën een bindend advies te geven over :
1°     de vraag of de ter betaling aangeboden kunstwerken tot het roerend cultureel erfgoed van het land behoren of internationaal befaamd zijn;
2°     de ontvankelijkheid van het aanbod tot inbetalinggeving;
3°     de geldwaarde van de aangeboden kunstwerken;

De bijzondere commissie is samengesteld uit :
1°     drie ambtenaren van het Ministerie van Financiën;
2°     drie leden voorgedragen door de gemeenschapsregeringen;
3°     vier leden, respectievelijk vertegenwoordigers van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen en het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, voorgedragen door de Wetenschappelijke Raad van ieder van die vier federale wetenschappelijke instellingen;
4°     drie leden voorgedragen door de gewestregeringen.

De leden van de bijzondere commissie worden door de Minister van Financiën benoemd.

De organisatie en de werkwijze van de bijzondere commissie worden door de Minister van Financiën vastgesteld.

--------------------
Art. 83/4 :

ingevoegd bij art. 3, W 21.06.2001 (B.S. 05.07.2001), met ingang van 10.09.2003 (Art. 32, W 26.08.2003 - B.S. 10.09.2003);

lid 2, 4° ingevoegd bij art. 49, W 11.07.2005  (B.S. 12.07.205), met ingang van 22.07.2005.