Wetboek van Successierechten : Hoofdstuk 14 : Teruggave van rechten
Artikel 134 - Artikel 135 - Artikel 136

Artikel 135
Tegen inlevering van een aangifte, die het feit aanduidt dat aanleiding geeft tot teruggave, kunnen de rechten, interesten en boeten teruggegeven worden:

1° wanneer in het geval van artikel 3, het bestaan van de afwezige wettelijk bewezen komt te worden;

2° wanneer, in het geval van artikel 17, de bewijsstukken, die erin voorzien zijn, neergelegd werden bij de ontvanger binnen twee jaar na de betaling van de belasting in het Rijk;

3° wanneer er bewezen wordt dat een individueel aangeduid roerend of onroerend goed bij missing op het actief der aangifte gebracht werd;

4° wanneer, na het openvallen der nalatenschap, de samenstelling ervan verminderd wordt, hetzij door het intreden van een voorwaarde of van enig ander voorval, hetzij door de oplossing van een geschil ingevolge een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of een transactie, tenzij de vermindering van actief het gevolg weze van een ontbinding voortkomende van het niet-uitvoeren door de erfgenamen, legatarissen of begiftigden van de voorwaarden van een contract;

5° wanneer er een verandering in de devolutie der erfenis intreedt die van aard is het aanvankelijk verevend bedrag der belasting te verminderen;

6° wanneer er uitgemaakt wordt dat een missing in de aangifte begaan werd:

a) aangaande de graad van verwantschap bestaande tussen de overledene en dezes erfgenamen, legatarissen of begiftigden;

b) aangaande de wettelijke of testamentaire devolutie der nalatenschap;

c) aangaande de hoedanigheid van Rijksinwoner in hoofde van de overledene;

7° wanneer, in de gevallen voorzien onder artikel 49, de belanghebbende erin slaagt de werkelijke toestand vast te stellen en er daaruit een vermindering van belasting voortspruit.

8° wanneer, in het geval van artikel 60bis, het attest bedoeld in § 10 van dat artikel neergelegd wordt bij de ontvanger binnen 2 jaar na de betaling van de belasting.

9° wanneer het voor de toepassing van de in artikel 54 bepaalde vrijstelling vereiste attest wordt neergelegd bij de ontvanger binnen 2 jaar na betaling van de belasting.

-------------------
Art. 135 : 8°, ingevoegd bij art. 22, Decreet 20.12.1996
           (B.S. 31.12.1996), met ingang van 01.01.1997;
           9°, ingevoegd bij art. 62, Decreet 20.12.2002
           (B.S. 31.12.2002), met ingang van 01.01.2003.