Het tarief der successierechten in Vlaanderen anno 2003

Adoptie

Artikel 52/2 Vlaamse wetboek der successierechten anno 2006:

Voor de toepassing van dit Wetboek wordt er geen rekening gehouden met de verwantschapsband voortspruitend uit de gewone adoptie.

Evenwel wordt, mits bewijs te verstrekken door de belanghebbenden, met deze adoptieve afstamming rekening gehouden:

1 wanneer het adoptief kind een kind is van de echtgenoot van de adoptant;

2 wanneer, op het ogenblik van de adoptie, het adoptief kind onder de voogdij was van de openbare onderstand of van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, of wees van een voor Belgi gestorven vader of moeder;

3 wanneer het adoptief kind, vr de leeftijd van eenentwintig jaar, gedurende drie achtereenvolgende jaren hoofdzakelijk van de adoptant, of van deze en zijn levenspartner samen, de hulp en verzorging heeft gekregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen;

4 wanneer de adoptie gedaan werd door een persoon van wie al de afstammelingen voor Belgi gestorven zijn.

(Art. 52/2 zoals gewijzigd bij art. 58, Decreet 20.12.2002 (B.S. 31.12.2002), met ingang van 01.01.2003.)

 

2747.com / law / inheritance / tax tariff / Belgie

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht

 

Stiefkinderen, zorgkinderen, ...

Artikel 50 Vlaamse Wetboek van Successierechten anno 2006

Een verkrijging tussen een stiefouder en een stiefkind wordt gelijkgesteld met een verkrijging in rechte lijn. Dezelfde gelijkstelling geldt voor de verkrijging tussen een kind van een persoon die met de erflater samenwoont en de erflater, evenals voor een verkrijging tussen een persoon die met een ouder van de erflater samenwoont en de erflater. In het laatste geval van gelijkstelling voldoet de legataris aan de vereiste van samenwonen met een ouder van de erflater, indien hij met die ouder op de dag van het overlijden overeenkomstig de bepalingen van boek III, titel Vbis, van het burgerlijk wetboek samenwoonde, of indien hij bewijst, door alle middellen maar met uitzondering van de eed, dat hij met die ouder op het ogenblik van het overlijden reeds sedert n jaar ononderbroken een gemeenschappelijke huishouding voerde.

Een verkrijging tussen uit de echt gescheiden of van tafel en bed gescheiden personen en een verkrijging tussen ex-samenwonenden wordt alleen indien er gemeenschappelijke afstammelingen zijn gelijkgesteld met een verkrijging tussen echtgenoten of tussen samenwonenden. De ex-samenwonende legataris moet om het voordeel van de gelijkstelling te genieten bewijzen dat hij met de erflater heeft samengewoond overeenkomstig de bepalingen van boek III, titel Vbis, van het burgerlijk wetboek, of, door alle middelen maar met uitzondering van de eed, dat hij met de erflater gedurende minstens n jaar ononderbroken een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd.

Een verkrijging tussen personen waartussen een relatie van zorgouder en zorgkind bestaat of heeft bestaan wordt gelijkgesteld met een verkrijging in de rechte lijn. Voor de toepassing van deze bepaling wordt zulk een relatie geacht te bestaan of te hebben bestaan wanneer iemand, vr de leeftijd van eenentwintig jaar, gedurende drie achtereenvolgende jaren bij een andere persoon heeft ingewoond en gedurende die tijd hoofdzakelijk van die andere persoon of van deze en zijn levenspartner samen, de hulp en verzorging heeft gekregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen. De inschrijving van het zorgkind in het bevolkings- of het vreemdelingenregister op het adres van de zorgouder geldt als weerlegbaar vermoeden van inwoning bij de zorgouder.

(Art. 50 zoals gewijzigd bij art. 15, Decreet 20.12.1996, en bij, art. 45, Decreet 21.12.2001 (in werking op 01.01.2002) (erratum B.S.14.02.2002), en bij art. 57, Decreet 20.12.2002 (B.S. 31.12.2002), met ingang van 01.01.2003.)

2747.com / law / / / Belgie

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht