De nalatenschap en het eigendomstitels

eye.gif (4900 bytes)

1. Voor het berekenen van de successierechten zullen alle roerende goederen waarvan vaststaat dat ze binnen de 3 jaar voor het overlijden in bezit waren van de overledene geacht worden tot zijn nalatenschap te behoren, behoudens tegenbewijs door de erfgenamen (art. 108)

2. Bij verwerving van vruchtgebruik op naam van de overlede en blote eigendom op naam van een derde ontstaat een vermoeden dat de overlede alles betaald heeft. Vandaar dat de goederen zullen geacht worden in volle eigendom aanwezig te zijn in de nalatenschap, behoudens tegenbewijs.