De fictieve massa

Samenstelling van de fictieve massa

De waarde van alle goederen wordt genomen op datum van overlijden.

Dit betreft zowel de nagelaten goederen als de goederen die geschonken geweest zijn tijdens het leven van de erflater.

Wat de geschonken goederen betreft gaat het zowel om de goederen die buiten erfdeel zijn geschonken geweest als de goederen die als voorschot op erfdeel aan een erfgenaam worden geschonken en die deze erfgenaam moet inbrengen.

Van de totale waarde van alle goederen, trekt men de schulden die de overledene heeft nagelaten af.

Op deze wijze worden het beschikbaar deel en de reservartaire erfdelen vastgelegd.

Geschonken ondernemingen

Wat betreft de schenkingen van ondernemingen, zal men echter de waarde ten tijde van de schenking in aanmerking nemen, omdat de onderneming meer waard kan zijn bij het overlijden van de schenker, maar dit het resultaat is van de inspanningen van de begiftigde, die nadat hij de onderneming heeft gekregen, deze veel meer waard heeft gemaakt.

Indien men bij de samenstelling van de fictieve massa zou rekening houden met de waardestijding van de geschonken onderneming, zou het reservataire erfdeel van de overige niet begiftigde erfgenamen groter worden (alsof de overledene veel meer heeft nagelaten).

Wanneer er een groot deel van het vermogen (de familieonderneming) werd geschonken aan de erfgenaam die de onderneming verder zet, zou (zonder de correctie van de berekening van de fictieve massa voor wat de schenking van ondernemingen betreft) een grote waardestijging van de geschonken onderneming, de reservataire erfgenamen een veel groter reservatair erfdeel krijgen, waardoor het risico onstaat dat de schenking (van de familieonderneming) moet ingekort worden.

2747.com / law / inheritance / total estate

contact

Erfrecht

Testamenten

De aangifte van nalatenschap

Boekhoudrecht

Schenkingen

Huwelijksvermogensrecht

Familiaal vermogensrecht

Vennootschappenrecht

Artikel 922 Belgisch Burgerlijk Wetboek

Om de inkorting te bepalen, vormt men een massa uit alle goederen die bij het overlijden van de schenker of erflater aanwezig waren. De goederen waarover hij bij schenking onder de levenden heeft beschikt, worden fictief daarbij gevoegd volgens hun staat ten tijde van de schenkingen en hun waarde ten tijde van het overlijden van de schenker. Over al die goederen berekent men, na aftrek van de schulden, het gedeelte waarover hij heeft mogen beschikken, met inachtneming van de hoedanigheid van de door hem achtergelaten erfgenamen.

In afwijking van het vorige lid wordt de waarde ten tijde van de schenking in aanmerking genomen wanneer het goederen betreft die werden geschonken met toepassing van artikel 140bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

Dit laatste lid werd toegevoegd bij wet van 22 december 1998 (B.S., 15 januari 1999). Het betreft de schenking van een ondernemig.