Samenstelling van de fictieve massaDe waarde van alle goederen wordt genomen op datum van overlijden. Dit betreft zowel de nagelaten goederen als de goederen die geschonken geweest zijn tijdens het leven van de erflater. Wat de geschonken goederen betreft gaat het zowel om de goederen die buiten erfdeel zijn geschonken geweest als de goederen die als voorschot op erfdeel aan een erfgenaam worden geschonken en die deze erfgenaam moet inbrengen. Van de totale waarde van alle goederen, trekt men de schulden die de overledene heeft nagelaten af. Op deze wijze worden het beschikbaar deel en de reservartaire erfdelen vastgelegd. Geschonken ondernemingenWat betreft de schenkingen van ondernemingen, zal men echter de waarde ten tijde van de schenking in aanmerking nemen, omdat de onderneming meer waard kan zijn bij het overlijden van de schenker, maar dit het resultaat is van de inspanningen van de begiftigde, die nadat hij de onderneming heeft gekregen, deze veel meer waard heeft gemaakt. Indien men bij de samenstelling van de fictieve massa zou rekening houden met de waardestijding van de geschonken onderneming, zou het reservataire erfdeel van de overige niet begiftigde erfgenamen groter worden (alsof de overledene veel meer heeft nagelaten). Wanneer er een groot deel van het vermogen (de familieonderneming) werd geschonken aan de erfgenaam die de onderneming verder zet, zou (zonder de correctie van de berekening van de fictieve massa voor wat de schenking van ondernemingen betreft) een grote waardestijging van de geschonken onderneming, de reservataire erfgenamen een veel groter reservatair erfdeel krijgen, waardoor het risico onstaat dat de schenking (van de familieonderneming) moet ingekort worden. |
| Erfrecht
Boekhoudrecht |
Schenkingen |
Om de inkorting te bepalen, vormt men een massa uit alle goederen die bij het
overlijden van de schenker of erflater aanwezig waren. De goederen waarover hij bij schenking
onder de levenden heeft beschikt, worden fictief daarbij gevoegd volgens hun staat
ten tijde van de schenkingen en hun waarde ten tijde van het overlijden
van de schenker. Over al die goederen berekent men, na aftrek van de schulden, het
gedeelte waarover hij heeft mogen beschikken, met inachtneming van de hoedanigheid van de
door hem achtergelaten erfgenamen.
In afwijking van het vorige lid wordt de waarde ten tijde van de schenking
in aanmerking genomen wanneer het goederen betreft die werden geschonken met toepassing
van artikel 140bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
Dit laatste lid werd toegevoegd bij wet van 22 december 1998 (B.S., 15 januari 1999). Het
betreft de schenking van een ondernemig.