| - Veroordeling wegens doding of poging tot doden van erflater - Lasterlijk geoordeelde beschuldiging van de decuius van een feit waarop de doodstraf staat - Nalatigheid van meerderjarige erfgenaam om aangifte te doen van een op de erflater gepleegde doodslag
Zie ook: herroeping van een schenking |
Artikel 727 Belgisch Burgerlijk Wetboek anno 2006
Voor de toepassing van artikel 727, 1 B.W. dienen drie voorwaarden cumulatief vervuld
te zijn.
1. Doding of poging tot doding Ook de eventuele mededader (art. 66 S.W.)
is onwaardig.
2. Doding of poging tot doden van de erflater zelf
3. Definitieve veroordeling Een in kracht van gewijsde gegane
veroordeling voor de misdaad is noodzakelijk. Een strafrechtelijke veroordeling is niet
noodzakelijk.
Ook deze manier om vervroegd van een verwant te erven wordt door de wet onmogelijk
gemaakt.
2. Toepassingsvoorwaarden
a. Beschuldiging: De erfgenaam dient een aangifte te hebben gedaan of
klacht te hebben neergelegd.
b. Lasterlijke beschuldiging: De beschuldiging dient lasterlijk te zijn.
c. Veroordeling van de erfgenaam wegens laster: Een definitieve
veroordeling van de kandidaat-erfgenaam wegens laster of valse getuigenis is vereist.
d. Een feit waarop de doodstraf staat. De lasterlijke aangifte dient een
feit waarop de doodstraf staat te betreffen.
1. Ratio legis: Het is de plicht van de erfgenaam om de erflater te wreken en te zorgen
dat de moordenaar wordt gestraft.
2. Toepassingsvoorwaarden:
a. Aangifte van de op de erflater gepleegde doodslag. Men dient niet de
moordenaar, doch slechts het feit van de moord aan te geven
b. Door de meerderjarige erfgenaam. Deze onbekwaamheid treft alleen
meerderjarigen. In artikel 728 B.W. voorziet de wetgever evenwel in een uitzondering voor
familieleden van de moordenaar.