Afdeling
VI. Erfopvolging in de zijlijn
...
Art. 753
Bij gebreke van broeders of zusters of
afstammelingen van
dezen, en bij gebreke, in een van beide lijnen, van bloedverwanten van
de opgaande lijn, komt de nalatenschap voor de ene helft toe aan de
overlevende bloedverwanten van de opgaande lijn; en voor de andere
helft aan de naaste bloedverwanten van de andere lijn.
Indien bloedverwanten van de zijlijn, in
gelijke
graad, samen opkomen, delen zij bij hoofden, behalve indien zij bij
plaatsvervulling geroepen worden, zoals in afdeling II van dit
hoofdstuk is bepaald.
Art. 754
In het geval van het vorige artikel
heeft de overlevende vader of moeder het vruchtgebruik van het derde
gedeelte van de goederen die hij of zij niet in eigendom erft.
Artikel 753 BW geeft de grote kloving van de nalatenschap weer. Dit
doet zich voor als er niemand nog bloed van de vaderlijde lijn en de
moederlijke lijn in zich draagt. In dat geval wordt de nalatenschap in
twee helften gesplitst en verkrijgt de dichtste in graad in de
vaderlijke lijn en de dichtste in graag in de moederlijke lijn apart
hun deel.
Artikel 754 BW maakt een uitzondering op de gelijke verdeling in twee
helften ingevolge de grote kloving. Indien de vader of moeder van de
overledene nog in leven is,
verkrijgt die uiteraard de helft van de nalatenschap in volle eigendom,
aangezien hij de dichtste in graad is in die lijn. Maar artikel 754 BW
geeft hem ook nog een vruchtgebruik op 1/3 van de helft die hij niet in
volle eigendom erft, omdat die goederen ingevolge de grote kloving naar
de andere lijn gaan.