De langstlevende echtgenoot kan bijna steeds verkrijgen dat er een einde komt aan de opsplitsing tussen vruchtgebruik en naakte eigendom

Grote uitzondering wordt gemaakt voor vorderingen waarbij er vruchtgerbuik bestaat op een onderneming. Hier vereist de wet dat de rechter ook oog moet hebben om de belangen van de onderneming niet te schaden.

Tegenover de andere personen dan de afstammelingen van de overledene moet deze omzetting in principe binnen de 5 jaar na het openvallen van de nalatenschap worden gevorderd, maar de rechter kan uitzondering maken hierop wegens omstandigheden die eigen zijn aan de zaak.

De langstlevende kan dus bijna steeds vorderen dat er een einde komt aan de opsplitsing van het eigendomsrecht. In de wet krijgt hij drie opties.

1. Ofwel kan de langstlevende vorderen dat de blote eigendom hem wordt overgedragen. Dit kan mits betaling van een som geld. De waarde van de blote eigendom wordt dan uitgerekend. Het kan eventueel ook door een ruiling met een ander eigendom.

2. Ofwel kan de langstlevende vorderen dat hij de waarde van zijn vruchtgebruik krijgt uitbetaald in een som geld. De naakte eigenaar kan dan beslissen in te kopen ofwel zal er moeten verkocht worden.

3. Ofwel kan de langstlevende vorderen dat zijn vruchtgebruik wordt omgezet in een gewaarborgde en geindexeerde rente.

Het is aan de langstlevende te kiezen wat hij voor de rechter vordert. De rechter mag niet iets anders toestaan dan dat wat gevorderd werd. Op het proces kan de blote eigenaar wel een tegenvordering instellen.

In bepaalde gevallen zal de rechter zich genoodzaakt zien een verkoop van de met vruchtgebruik belaste goederen te bevelen. Zeker wanneer er slechts een enkel onroerend goed is dat bijna heel de nalatenschap uitmaakt.

Belgie