De afstammeling van de overledene kan in principe verkrijgen dat er een einde komt aan de opsplitsing tussen vruchtgebruik en naakte eigendom

Grote uitzondering op dit principe is dat het overspelige kind geen enkel recht heeft om van de bedrogen echtgenote te vorderen dat er een einde zou worden gemaakt aan de opsplitsing. Omgekeerd kan natuurlijk wel. Het moet wel gaan op een kind dat de overledene met een ander verwekt heeft tijdens zijn huwelijk met de langstlevende. Er moet dus overspel geweest zijn. Een vrouw kan een overspelig kind baren en haar echtgenoot is dan de bedrogen man.

Tweede grote uitzondering vormt het vruchtgebruik op de gezinswoning. Daaraan kan niet geraakt worden zonder de instemming van de langstlevende. Zo staat het in de wet.

De afstammeling van de overledene kan dus in principe vorderen dat er een einde wordt gemaakt aan de opsplitsing tussen vruchtgebruik en naakte eigendom. Hij moet daarbij kiezen tussen drie vorderingen:

1. Ofwel vordert hij dat het vruchtgebruik wordt omgezet in volle eigendom, en de de langstlevende hem dus moet uitbetalen.

2. Ofwel vordert hij dat hij zelf de volle eigendom kan inkopen, omdat het vruchtgebruik wordt omgezet in een som geld. Dit kan ook de verkoop van het eigendom meebrengen.

3. Ofwel vordert hij dat het vruchtgebruik wordt omgezet in een gewaarborgde geindexeerd rente. In dit geval wordt hij volle eigenaar, zonder hij de langstlevende meteen moet uitbetalen.

Onder afstammelingen worden ook de geadopteerde kinderen verstaan.

Wie echter geen afstammeling is van de overleden, zal geen rechten hebben om voor de rechter te vorderen dat een einde wordt gemaakt aan de opsplitsing tussen vruchgebruik en naakte eigendom. We denken hier aan een legataris, of verdere familie van de overledene.

Belgie