Afstammelingen uit een vorig huwelijk en de opsplitsing tussen vruchtgebruik een naakte eigendom

Over de vorderingen die deze kinderen hebben ten aanzien van de gezinswoning is de wetgeving niet heel duidelijk en er bestaan twisten over in de rechtsleer.

Wat overigens met de afstammelingen uit een vorige relatie ... dat zijn geen afstammelingen uit een vorig huwelijk.

Dat overspelige afstammelingen geen vorderingen kunnen instellen tegen de langstlevende die bedrogen werd, staat wel duidelijk in de wet. Ook is de wet duidelijk dat alle afstammelingen van de overledene een vordering hebben om van de langstlevende te vorderen dat er voor andere eigendommen (buiten de gezinswoning) een einde wordt gemaakt aan de opsplitsing tussen vruchgebruik en naakte eigendom.

In de wet staat in artikel 745quinqies paragraaf 2 "Het recht om de omzetting te vorderen kan niet worden ontnomen aan afstammelingen uit een vorig huwelijk van de vooroverleden echtgenoot.". Vervolgens staat er in dat artikel dat aan de langstlevende echtgenoot het recht niet kan ontnomen worden om de omzetting van het vruchtgebruik of de toewijzing in volle eigendom van de gezinswoning en huisraad te vorderen.

In artikel 745quater Burgerlijk Wetboek als slotparagraaf wordt vermeld dat dat er instemming van de langstlevende nodig is met betrekking tot de omzetting van het vruchtgebruik op de gezinswoning.

Het is dus onduidelijk of de stiefkinderen aan het vruchtgebruik op de gezinswoning van hun stiefouder kunnen raken. Omgekeerd is geen enkel probleem. De vruchtgebruiker kan steeds vorderen dat een einde wordt gesteld aan de opsplitsing.

Belgie