Wet op de landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992: Titel III. - Persoonsverzekeringen:
Hoofdstuk II. - Levensverzekeringsovereenkomsten - Afdeling II. - Verzekerd risico.

  Art. 99. Onbetwistbaarheid.
  Zodra de levensverzekeringsovereenkomst in werking treedt, kan de verzekeraar zich niet meer beroepen op het onopzettelijk verzwijgen of het onopzettelijk onjuist meedelen van gegevens door de verzekeringnemer of de verzekerde.
  De Koning kan de partijen toestaan om de onbetwistbaarheid uit te stellen onder de voorwaarden die Hij bepaalt.

  Art. 100. Dwaling omtrent de leeftijd van de verzekerde.
  Wanneer de leeftijd van de verzekerde onjuist is opgegeven, worden de prestaties van elke partij vermeerderd of verminderd in verhouding tot de werkelijke leeftijd die in acht had moeten genomen worden.

  Art. 101. Uitgesloten risico's.
  § 1. Tenzij het tegendeel is bedongen, dekt de verzekering de zelfmoord van de verzekerde niet die gebeurt minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst. (De verzekering dekt de zelfmoord die gebeurt een jaar of meer dan een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst). Het bewijs van de zelfmoord moet door de verzekeraar worden geleverd.
  § 2. Tenzij anders is bedongen, dekt de verzekeraar de dood van de verzekerde niet :
  1° wanneer de dood het gevolg is van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke veroordeling tot de doodstraf;
  2° wanneer de dood zijn omiddellijke en rechtstreekse oorzaak vindt in een misdaad of een wanbedrijf, door de verzekerde als dader of mededader opzettelijk gepleegd en waarvan de gevolgen door hem konden worden voorzien.

  Art. 102. Het zich voordoen van een uitgesloten risico.
  Indien de verzekerde overleden is ten gevolge van een uitgesloten risico, betaalt de verzekeraar de begunstigde de opbrengst terug van de kapitalisatie van de premies die betrekking hebben op de periode na de datum van het overlijden, en beperkt tot de verzekerde prestatie bij overlijden.