De levensverzekering in het notariaat

Levensverzekeringen en erfrecht in het licht van het arrest van het Grondwettelijk Hof van 26 juni 2008

Artikel 124 Wet landsverzekeringsovereenkomst is ongrondwettelijk.

De wet (art. 124) voorziet wel dat de premies niet buiten verhouding mogen zijn met het vermogen van wie de verzekering afsloot.

Maar deze wettelijke regeling is volgens het Grondwettelijk Hof discriminerend.

Het onderscheid dat gemaakt wordt in het erfrecht tussen levensverzekeringen en andere spaarvormen is discriminerd.

Zelfs al zijn de premies binnen verhouding tot het vermogen van wie de verzekering afsloot, toch is de wettelijke regeling discriminerend. Immers, dergelijke premies (die binnen verhouding staan tot het vermogen van wie de verzekering afsloot) worden door de discriminerende werking van artikel 124 buiten beschouwing gelaten voor berekening van inbreng en inkorting.

In het verleden werd de levensverzekering opgevat als een normale daad van voorzorg.

Maar thans slorpen de premies enorme kapitalen waardoor de betaalde premies een aantasting van de reserve betekenen.