Belgische Wetboek van Internationaal Privaatrecht

Hoofdstuk I

Afdeling 6. - Uitwerking van buitenlandse rechterlijke beslissingen en authentieke akten.


  Erkenning en uitvoerbaarverklaring van buitenlandse rechterlijke beslissingen.

  Art. 22. § 1. Een buitenlandse rechterlijke beslissing die uitvoerbaar is in de Staat waar zij werd gewezen, wordt in België geheel of gedeeltelijk uitvoerbaar verklaard overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 23.
  Een buitenlandse rechterlijke beslissing wordt in België geheel of gedeeltelijk erkend zonder dat hiervoor de procedure bedoeld in artikel 23 moet worden gevolgd.
  Indien de erkenning incidenteel wordt aangevoerd voor een Belgische rechter, is deze bevoegd daarvan kennis te nemen.
  De beslissing mag alleen erkend of uitvoerbaar verklaard worden indien zij de voorwaarden gesteld in artikel 25 niet schendt.
  § 2. Elke persoon die een belang heeft en, in zaken die de staat van personen betreffen, eveneens het openbaar ministerie, kan overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 23 doen vaststellen dat de beslissing al dan niet, geheel of gedeeltelijk, moet worden erkend of uitvoerbaar verklaard.
  § 3. In de zin van deze wet :
  1° betekent het begrip rechterlijke beslissing de beslissingen die worden gewezen door een instantie die een rechtsmacht uitoefent;
  2° verleent de erkenning rechtskracht aan de buitenlandse beslissing.

  Bevoegdheid en procedure voor de erkenning of de uitvoerbaarverklaring.

  Art. 23. § 1. De rechtbank van eerste aanleg is bevoegd, behalve in de gevallen bedoeld in artikel 121, om kennis te nemen van vorderingen tot erkenning of uitvoerbaarverklaring van een buitenlandse rechterlijke beslissing.
  § 2. Behalve voor het geval bedoeld in artikel 31, is de territoriaal bevoegde rechtbank die van de woonplaats of van de gewone verblijfplaats van de verweerder; bij gebreke van woon- of verblijfplaats in België, is dit de rechtbank van de plaats van de uitvoering.
  Wanneer de vordering tot erkenning niet kan worden ingeleid voor de rechtbank bedoeld in het eerste lid, mag de verzoeker de zaak brengen voor de rechtbank van zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats; bij gebreke van woonplaats of verblijfplaats in België mag hij de zaak brengen voor de rechtbank van het arrondissement Brussel.
  § 3. De vordering wordt ingesteld en behandeld volgens de procedure bedoeld in de artikelen 1025 tot 1034 van het Gerechtelijk Wetboek. De verzoeker moet woonplaats kiezen in het rechtsgebied van de rechtbank. De rechter moet op korte termijn uitspraak doen.
  § 4. De buitenlandse rechterlijke beslissing waartegen een gewoon rechtsmiddel is aangewend of die daarvoor vatbaar is, kan voorlopig ten uitvoer worden gelegd. De rechter kan de tenuitvoerlegging afhankelijk maken van een zekerheidstelling.
  § 5. In afwijking van artikel 1029 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen, tijdens de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld tegen beslissingen die tenuitvoerlegging toestaan en tot over dat beroep uitspraak is gedaan, alleen bewarende maatregelen worden genomen op de goederen van de partij tegen wie tenuitvoerlegging wordt gevorderd. De beslissing die tenuitvoerlegging toestaat, houdt de toelating in om die maatregelen te nemen.

  Stukken over te leggen met het oog op de erkenning of de uitvoerbaarverklaring.

  Art. 24. § 1. De partij die een beroep doet op de erkenning van een buitenlandse rechterlijke beslissing, of de uitvoerbaarverklaring ervan vordert, moet de volgende stukken overleggen :
  1° een uitgifte van de beslissing die volgens het recht van de Staat waar zij is gewezen, voldoet aan de voorwaarden nodig voor de echtheid ervan;
  2° in geval van een verstekbeslissing, het origineel of een voor eensluidend verklaard afschrift van het document waaruit blijkt dat het stuk dat het geding heeft ingeleid of een gelijkwaardig stuk volgens het recht van de Staat waar de beslissing is gewezen aan de niet verschenen partij is betekend of ter kennis gebracht;
  3° enig document op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de beslissing, volgens het recht van de Staat waar zij is gewezen, uitvoerbaar is en betekend of ter kennis gebracht is.
  § 2. Bij gebreke van overlegging van de in § 1 vermelde documenten kan de rechter een termijn voor de overlegging ervan bepalen, of gelijkwaardige documenten aanvaarden of, indien hij zich voldoende voorgelicht acht, van overlegging vrijstellen.

  Gronden voor weigering van de erkenning of de uitvoerbaarverklaring

  Art. 25. § 1. Een buitenlandse rechterlijke beslissing wordt niet erkend of uitvoerbaar verklaard indien :
  1° het gevolg van de erkenning of van de uitvoerbaarverklaring kennelijk onverenigbaar zou zijn met de openbare orde; bij de beoordeling van deze onverenigbaarheid wordt inzonderheid rekening gehouden met de mate waarin het geval met de Belgische rechtsorde is verbonden en met de ernst van de gevolgen die aldus worden veroorzaakt;
  2° de rechten van de verdediging zijn geschonden;
  3° de beslissing alleen is verkregen om te ontsnappen aan de toepassing van het door deze wet aangewezen recht, in een aangelegenheid waarin partijen niet vrij over hun rechten kunnen beschikken;
  4° zij, onverminderd artikel 23, § 4, overeenkomstig het recht van de Staat waar zij werd gewezen, nog vatbaar is voor een gewoon rechtsmiddel;
  5° zij onverenigbaar is met een in België gewezen beslissing of met een voordien in het buitenland gewezen beslissing die in België kan worden erkend;
  6° de vordering in het buitenland werd ingesteld na het instellen in België van een vordering die nog steeds aanhangig is tussen dezelfde partijen en met hetzelfde onderwerp;
  7° de Belgische rechters exclusief bevoegd waren om kennis te nemen van de vordering;
  8° de bevoegdheid van de buitenlandse rechter uitsluitend gegrond was op de aanwezigheid van de verweerder of van goederen zonder rechtstreeks verband met het geschil in de Staat waartoe die rechter behoort;
  9° de erkenning of de uitvoerbaarverklaring in strijd zou zijn met de weigeringsgronden bedoeld in de artikelen 39, 57, 72, 95, 115 en 121.
  § 2. In geen geval mag de buitenlandse rechterlijke beslissing ten gronde worden herzien.

  Bewijskracht van buitenlandse rechterlijke beslissingen.

  Art. 26. § 1. Een buitenlandse rechterlijke beslissing strekt in België tot bewijs van de vaststellingen gedaan door de rechter indien zij voldoet aan de voorwaarden nodig voor de echtheid ervan volgens het recht van de Staat waar zij is gewezen.
  De vaststellingen gedaan door de buitenlandse rechter worden niet in aanmerking genomen voorzover zij een gevolg zouden hebben dat kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.
  § 2. Het tegenbewijs van de feiten vastgesteld door de buitenlandse rechter mag met alle bewijsmiddelen worden aangebracht.

  Erkenning en uitvoerbare kracht van buitenlandse authentieke akten.

  Art. 27. § 1. Een buitenlandse authentieke akte wordt in België door alle overheden erkend zonder dat een beroep moet worden gedaan op enige procedure indien haar rechtsgeldigheid wordt vastgesteld overeenkomstig het krachtens deze wet toepasselijk recht, en meer bepaald met inachtneming van de artikelen 18 en 21.
  De akte moet voldoen aan de voorwaarden die volgens het recht van de Staat waar zij is opgesteld, nodig zijn voor haar echtheid.
  Artikel 24 is, voorzover nodig, van toepassing.
  Ingeval de overheid weigert de geldigheid van de akte te erkennen, kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg, onverminderd artikel 121, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 23.
  § 2. Een buitenlandse authentieke akte die uitvoerbaar is in de Staat waarin zij is opgesteld, wordt in België uitvoerbaar verklaard door de rechtbank van eerste aanleg, onverminderd artikel 121, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 23 en na onderzoek van de voorwaarden bedoeld in § 1.
  § 3. Een gerechtelijke schikking aangegaan voor een buitenlandse rechter, die uitvoerbaar is in de Staat waar zij tot stand is gekomen, kan in België onder dezelfde voorwaarden als een authentieke akte uitvoerbaar verklaard worden.

  Bewijskracht van buitenlandse authentieke akten.

  Art. 28. § 1. Een buitenlandse authentieke akte strekt in België tot bewijs van de feiten vastgesteld door de buitenlandse overheid die de akte heeft opgesteld, indien zij tegelijk voldoet :
  1° aan de voorwaarden die deze wet stelt aan de vorm van de akten; en
  2° aan de voorwaarden voor de echtheid ervan volgens het recht van de Staat waar zij is opgesteld.
  De vaststellingen gedaan door de buitenlandse overheid worden niet in aanmerking genomen voorzover zij een gevolg zouden hebben dat kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.
  § 2. Het tegenbewijs van de feiten vastgesteld door de buitenlandse overheid mag met alle bewijsmiddelen worden aangebracht.

  Feitelijk gevolg van buitenlandse rechterlijke beslissingen en authentieke akten.

  Art. 29. Met het bestaan van een buitenlandse rechterlijke beslissing of van een buitenlandse authentieke akte kan in België rekening worden gehouden zonder onderzoek van de voorwaarden nodig voor de erkenning, de uitvoerbaarverklaring of de bewijskracht ervan.

  Legalisatie.

  Art. 30. § 1. Een buitenlandse rechterlijke beslissing of authentieke akte moet worden gelegaliseerd om in België geheel of bij uittreksel, in origineel of bij afschrift, te worden voorgelegd.
  De legalisatie bevestigt slechts de echtheid van de handtekening, de hoedanigheid waarin de ondertekenaar van het stuk heeft gehandeld en, in voorkomend geval, de identiteit van het zegel of de stempel op het stuk.
  § 2. De legalisatie wordt gedaan :
  1° door een Belgische diplomatieke of consulaire ambtenaar die geaccrediteerd is in de Staat waar de beslissing is gewezen of de akte is opgesteld;
  2° bij gebreke hiervan, door een diplomatieke of consulaire ambtenaar van de buitenlandse Staat die de belangen van België in die Staat behartigt;
  3° bij gebreke hiervan, door de Minister van Buitenlandse Zaken.
  § 3. De Koning bepaalt de nadere regels van de legalisatie.

  Vermelding en overschrijving van buitenlandse rechterlijke beslissingen en authentieke akten inzake staat en bekwaamheid

  Art. 31. § 1. Een buitenlandse authentieke akte betreffende de burgerlijke stand kan slechts worden vermeld op de kant van een akte van de burgerlijke stand, worden overgeschreven in een register van de burgerlijke stand of als basis dienen voor de inschrijving in een bevolkingsregister, een vreemdelingenregister of een wachtregister, na onderzoek van de voorwaarden bedoeld in artikel 27, § 1.
  De vermelding of overschrijving van een buitenlandse rechterlijke beslissing kan slechts plaatsvinden na onderzoek van de voorwaarden bedoeld in de artikelen 24 en 25 en, naargelang van het geval, in de artikelen 39, 57 en 72.
  Ingeval de bewaarder weigert over te gaan tot de vermelding of tot de overschrijving, kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waarin het register wordt gehouden, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 23.
  § 2. Dit onderzoek gebeurt door de bewaarder van de akte of van het register.
  De Minister van Justitie kan richtlijnen opstellen die de eenvormige toepassing waarborgen van de voorwaarden bedoeld in § 1.
  De bewaarder van de akte of van het register kan bij ernstige twijfel bij de beoordeling van de voorwaarden bedoeld in § 1, de akte of de beslissing voor advies overzenden aan het openbaar ministerie dat, indien nodig, aanvullend onderzoek verricht.
  § 3. De Koning kan een register aanleggen en zijn werking regelen, voor beslissingen en akten die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 1, wanneer zij betrekking hebben op een Belg of op een vreemdeling die in België verblijft.