minderjarige
WIPR :  Hoofdstuk II. - Natuurlijke personen
Artikel 33
Internationale bevoegdheid inzake ouderlijk gezag, voogdij en bescherming van onbekwamen

De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende het ouderlijk gezag of de voogdij, de vaststelling van de onbekwaamheid van een volwassene of de bescherming van een onbekwame persoon, in de gevallen voorzien in de algemene bepalingen van deze wet en in artikel 32.


De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende het beheer van de goederen van een onbekwame persoon, naast de gevallen voorzien in de algemene bepalingen van deze wet en in artikel 32, indien de vordering goederen betreft die in België gelegen zijn.

De Belgische rechters zijn eveneens bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende de uitoefening van het ouderlijk gezag en van het recht op persoonlijk contact van ouders met hun kinderen die minder dan volle achttien jaar oud zijn, wanneer een vordering tot nietigverklaring van het huwelijk, tot echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed bij hen aanhangig wordt gemaakt.

In dringende gevallen zijn de Belgische rechters eveneens bevoegd om, ten aanzien van een persoon die zich in België bevindt, alle maatregelen te nemen die de situatie vereist.

Rechtsleer