minderjarige
Artikel 35 WIPR : Recht toepasselijk inzake ouderlijk gezag, voogdij en bescherming van onbekwamen

§ 1. Het ouderlijk gezag en de voogdij, de vaststelling van de onbekwaamheid van een volwassene en de bescherming van een onbekwame persoon of diens goederen worden beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied die persoon zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip van de feiten die aanleiding geven tot de bepaling van het ouderlijk gezag, tot het openvallen van de voogdij of tot de goedkeuring van beschermingsmaatregelen. In geval van wijziging van de gewone verblijfplaats wordt de vaststelling van het ouderlijk gezag of van de voogdij in hoofde van een persoon die deze verantwoordelijkheid nog niet draagt, beheerst door het recht van de Staat van de nieuwe gewone verblijfplaats.

   De uitoefening van het ouderlijk gezag of van de voogdij wordt beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip waarop die uitoefening wordt aangevoerd.

§ 2.  Ingeval het in § 1 aangewezen recht niet de mogelijkheid biedt de bescherming te waarborgen die de persoon of diens goederen vereisen, wordt de bescherming beheerst door het recht van de Staat waarvan de persoon de nationaliteit heeft.

   Het Belgisch recht is van toepassing indien het materieel of juridisch onmogelijk blijkt om de maatregelen te nemen waarin het toepasselijk buitenlands recht voorziet.

Rechtsleer

2007 : Recht toepasselijk inzake voogdij

2005 : Internationale echtscheiding met onderlinge toestemming