Belgische wetboek van internationaal privaatrecht

Hoofdstuk I. - Algemene bepalingen

Interne bevoegdheid

Art. 13. Wanneer de Belgische rechters bevoegd zijn uit hoofde van deze wet, worden de volstrekte bevoegdheid en de territoriale bevoegdheid vastgesteld volgens de relevante bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek of van bijzondere wetten, behalve in het geval voorzien in artikel 23.

Evenwel wordt, bij gebreke van een bepaling die de territoriale bevoegdheid vestigt, deze vastgesteld volgens de bepalingen van deze wet betreffende de internationale bevoegdheid. Indien ook die bepalingen niet toelaten om de territoriale bevoegdheid vast te stellen, mag de vordering voor de rechter van het arrondissement Brussel aanhangig worden gemaakt.