legalisatie

Overeenkomst van 13 mei 1975 tussen het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland tot afschaffing van legalisatie van openbare akten

Het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland,
Verlangend het gebruik in een der beide Staten van in de ander Staat opgemaakte openbare akten te vergemakkelijken,
Zijn overeengekomen als volgt:

Art. 1
De openbare akten opgemaakt in een van beide Staten, waarop een officieel zegel of stempel is aangebracht, zijn vrijgesteld van legalisatie, apostille of enige andere soortgelijke formaliteit, wanneer zij bestemd zijn om in de andere Staat te worden overgelegd.

Art. 2
   Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden als openbare akten beschouwd:
    1. de documenten afgegeven door enig rechterlijk orgaan of door een daaraan verbonden openbaar ministerie, evenals, wat de Bondsrepubliek Duitsland betreft, de stukken afgegeven door de vertegenwoordigers van het openbaar belang (Vertreter des öffentlichen Interesses); de documenten opgemaakt door de griffiers evenals, voor wat de Bondsrepubliek Duitsland betreft, door de ambtenaren die met bepaalde gerechtelijke functies zijn belast (Rechtspfleger); de akten opgemaakt door de gerechtsdeurwaarders;
    2. de documenten afgegeven door de administratieve overheid;
    3. de notariële akten;
    4. de documenten opgemaakt door de diplomatieke en consulaire ambtenaren van een der beide Staten, ongeacht of de diplomatieke zending of de consulaire post gevestigd is in de andere Staat of in een derde Staat;
    5. de protesten van cheques, van wissels of van andere handelspapieren, zelfs indien zij zijn opgemaakt door de postbeambten.

Art. 3
(1) Voor de toepassing van deze Overeenkomst gelden eveneens als openbare akten, zelfs indien zij niet voorzien zijn van een officiële zegel of stempel, de documenten:
    a) in een van beide Staten afgegeven door een persoon of een instelling die, krachtens de wetgeving van die Staat, bevoegd zijn om openbare akten op te maken in het geval als dat waarop het document betrekking heeft en
    b) waarvan de bevoegde overheid van die Staat de echtheid bevestigt.

(2) De verklaring waarvan sprake is in het eerste lid van dit artikel bevestigt de echtheid van de handtekening, de identiteit van het zegel of het stempel welke eventueel op het document voorkomen en de bevoegdheid van de persoon of van de instelling die het document heeft afgegeven om, in het kwestieuze geval, openbare akten op te maken.
(3) Iedere Staat wijst de bevoegde overheid aan, vermeld in het eerste lid van dit artikel. Hij geeft van deze aanwijzing kennis aan de andere Staat bij de wisseling van de akten van bekrachtiging. Iedere verandering betreffende de bevoegdheid van die overheid wordt langs diplomatieke weg medegedeeld.


Art. 4
   De officiële verklaringen zoals verklaringen omtrent registratie, het bestaan van een stuk op een bepaalde datum en de echtheid van een handtekening, geplaatst op onderhandse stukken alsook het voor eensluidend verklaren van afschriften, zijn openbare akten in de zin van deze overeenkomst indien zij uitgaan van een in artikel 2 bedoelde persoon of overheid.


Art. 5
(1) In deze Overeenkomst wordt onder legalisatie verstaan, de formaliteit waarbij de diplomatieke of consulaire ambtenaren van de Staat op welks grondgebied de akte moet worden overgelegd, een bevestigende verklaring afgeven omtrent de echtheid van de handtekening, de hoedanigheid waarin de ondertekenaar van het stuk heeft gehandeld en, in voorkomend geval, de identiteit van het zegel of het stempel op het stuk.
(2) De appostille is de formaliteit waarin artikelen 3, 4 en 5 van het Verdrag van 's-Gravenhage van 5 oktober 1961 tot afschaffing van het vereiste van legalisatie voor buitenlandse openbare akten voorzien.


Art. 6
(1) Wanneer een der in de artikelen 2, 3 en 4 bedoelde openbare akten in een van beide Staten wordt overgelegd en er ernstige twijfel rijst nopens de echtheid van de handtekening, de hoedanigheid waarin de ondertekenaar van het stuk heeft gehandeld en, in voorkomend geval, de identiteit van het zegel of het stempel op de akte, kan een verzoek tot verificatie rechtstreeks worden gezonden
    in België, aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
    in de Bondsrepubliek Duitsland, aan het Bundesverwaltungsamt te Keulen.

(2) Deze overheden delen dan het antwoord mede van de bevoegde persoon, instelling of overheid.


Art. 7
(1)  De verzoeken tot verificatie waarin artikel 6 van deze Overeenkomst voorziet, zijn binnen de grenzen van het mogelijke vergezeld van het oorspronkelijk stuk of een fotokopie ervan.
(2) Het verzoek en de bijgaande stukken zijn in de Franse of Nederlandse taal gesteld of gaan vergezeld van een vertaling in een van deze talen, wanneer het aan de bevoegde Belgische overheid is gericht. Het verzoek en de bijgaande stukken zijn in de Duitse taal gesteld of gaan vergezeld van een vertaling in deze taal, wanneer het aan de Duitse overheid is gericht.
(3) De uitvoering van deze verzoeken geeft geen aanleiding tot de betaling van enigerlei rechten of kosten.


Art. 8
   De vertalingen van een der in de artikelen 2, 3 en 4 bedoelde openbare akten kunnen, wanneer zij door een administratieve overheid, een notaris of een beëdigd vertaler van een der beide Staten handelend binnen de grenzen van hun bevoegdheid, opgesteld en voorzien werden van een verklaring dat zij juist en volledig zijn, in de andere Staat worden overgelegd zonder dat daarbij een legalisatie, een apostille of een verklaring zoals omschreven in artikel 3 kan worden geëist.


Art. 9
   Iedere Overeenkomstsluitende Staat neemt de nodige maatregelen om te voorkomen dat zijn overheden overgaan tot legalisaties, tot het aanbrengen van een apostille of tot een soortgelijke formaliteit op akten die ervan vrijgesteld zijn krachtens deze Overeenkomst.


Art. 10
(1) Deze Overeenkomst doet geenszins afbreuk aan de bepalingen van andere tussen de Staten afgesloten of af te sluiten multilaterale of bilaterale Verdragen die op bijzondere gebieden hetzelfde doel nastreven.
(2) Beide Staten zijn, overeenkomstig artikel 3 van het Verdrag van 's-Gravenhage van 5 oktober 1961 tot afschaffing van het vereiste van legalisatie voor buitenlandse openbare akten, overeenkomsten dat de bepalingen van dit Verdrag in hun betrekkingen niet toepasselijk zijn.


Art. 11 Deze Overeenkomst is eveneens van toepassing op het Land Berlijn, behoudens andersluitende verklaring van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland aan de Regering van het Koninkrijk België binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.


Art. 12
(1) Deze Overeenkomst zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk worden uitgewisseld te Bonn.
(2) Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op de uitwisseling van de akten van bekrachtiging.
(3) Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan op ieder ogenblik deze Overeenkomt schriftelijk opzeggen. De opzegging wordt van kracht zes maanden na ontvangst van de kennisgeving door de andere Partij.

Gedaan te Brussel, de 13e mei 1975, in twee exemplaren, in de Franse, de Nederlandse en de Duitse taal, de drie teksten zijnde gelijkelijk authentiek.

De bekrachtigingsoorkonden werden uitgewisseld te Bonn op 26 februari 1981.

Gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 19 maart 1981.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12.2 van de Overeenkomst treedt ze in werking op 1 mei 1981.