Belgisch Wetboek van Internationaal Privaatrecht

Hoofdstuk IX. - Verbintenissen - Afdeling 2. - Toepasselijk recht

Recht toepasselijk op contractuele verbintenissen. Art. 98

Recht toepasselijk op verbintenissen uit onrechtmatige daad. Art. 99

Accessoire aanknoping.

  Art. 100. In afwijking van artikel 99 worden verbintenissen voortvloeiend uit een onrechtmatige daad die een nauwe band heeft met een reeds tussen partijen bestaande rechtsverhouding, beheerst door het op die verhouding toepasselijk recht.

Keuze van het recht toepasselijk op verbintenissen voortvloeiend uit een onrechtmatige daad.

  Art. 101. De partijen kunnen, na het ontstaan van het geschil, kiezen welk recht van toepassing is op de verbintenis voortvloeiend uit een onrechtmatige daad, onverminderd het Verdrag inzake de wet van toepassing op verkeersongevallen op de weg, gesloten te Den Haag op 4 mei 1971. De keuze moet uitdrukkelijk zijn en mag de rechten van derden niet schaden.

Inachtneming van veiligheids- en gedragsregels.

  Art. 102. Ongeacht het recht toepasselijk op een verbintenis voortvloeiend uit een onrechtmatige daad, moet bij de bepaling van de aansprakelijkheid rekening worden gehouden met de veiligheids- en gedragsregels die ter plaatse en ten tijde van de onrechtmatige daad van kracht waren.

Toepassingsgebied van het recht toepasselijk op verbintenissen uit onrechtmatige daad.

  Art. 103. Het recht toepasselijk op verbintenissen voortvloeiend uit een onrechtmatige daad bepaalt met name :
  1° de voorwaarden voor en de omvang van de aansprakelijkheid;
  2° de aansprakelijkheid voor de daad van personen, zaken of dieren;
  3° de gronden voor uitsluiting van aansprakelijkheid, evenals de beperking en de verdeling van aansprakelijkheid;
  4° het bestaan en de aard van de schade die voor vergoeding in aanmerking komt;
  5° de maatregelen die de rechter kan nemen om de schade te voorkomen of te beëindigen;
  6° de nadere regels inzake en de omvang van de schadevergoeding;
  7° de personen die recht hebben op vergoeding van de persoonlijk door hen geleden schade;
  8° de mate waarin het recht van het slachtoffer op schadevergoeding kan worden uitgeoefend door zijn erfgenamen;
  9° de verjaring en het verval wegens het verstrijken van een termijn, met inbegrip van het tijdstip van aanvang, stuiting en schorsing van de termijnen;
  10° de bewijslast en de wettelijke vermoedens.

Recht toepasselijk op quasi-contractuele verbintenissen.


  Art. 104. § 1. Quasi-contractuele verbintenissen worden beheerst door het recht van de Staat waarmee zij de nauwste banden hebben. Behoudens tegenbewijs wordt vermoed dat de verbintenis de nauwste banden heeft met het recht van de Staat op wiens grondgebied het feit zich heeft voorgedaan dat de verbintenis doet ontstaan. Evenwel wordt, behoudens tegenbewijs, vermoed dat de verbintenis ontstaan uit betaling van andermans schuld de nauwste banden heeft met de Staat waarvan het recht de schuld beheerst.
  Bij de beoordeling van de nauwste banden kan rekening worden gehouden met een reeds bestaande of voorgenomen relatie tussen de partijen.
  § 2. De partijen kunnen, na het ontstaan van het geschil, kiezen welk recht van toepassing is op de betrokken quasi-contractuele verbintenis. De keuze moet uitdrukkelijk zijn en mag de rechten van derden niet schaden.

Recht toepasselijk op verbintenissen voortvloeiend uit eenzijdige wilsuiting.

  Art. 105. Verbintenissen voortvloeiend uit eenzijdige wilsuiting worden beheerst door het recht gekozen door de persoon die zich verbindt. Bij gebreke van dergelijke keuze worden zij beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied die persoon zijn gewone verblijfplaats heeft op het ogenblik dat hij de verbintenis aangaat.

Recht toepasselijk op de rechtstreekse vordering tegen de verzekeraar.

  Art. 106. Het krachtens de artikelen 98 tot 105 op de verbintenis toepasselijk recht bepaalt of de persoon die schade lijdt over een rechtstreekse vordering beschikt tegen de verzekeraar van de aansprakelijke persoon.
  Indien het krachtens het eerste lid toepasselijk recht die vordering niet kent, kan zij toch worden ingesteld indien zij wordt toegekend door het recht toepasselijk op het betrokken verzekeringscontract.

Recht toepasselijk op de wettelijke subrogatie.

  Art. 107. De wettelijke subrogatie in de rechten van de schuldeiser ten voordele van een derde die hem heeft vergoed, wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op de verbintenis van de derde om die schuldeiser te vergoeden.
  Het eerste lid is eveneens van toepassing wanneer verschillende personen tot dezelfde niet-contractuele verbintenis zijn gehouden en de schuldeiser door een van hen is vergoed.

Recht toepasselijk op de gevolgen van een vertegenwoordiging tegenover derden.

  Art. 108. De vraag of een tussenpersoon de persoon voor wiens rekening hij beweert te handelen, ten aanzien van derden kan vertegenwoordigen, wordt beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied de tussenpersoon handelt. Behoudens tegenbewijs wordt vermoed dat dit de Staat is op wiens grondgebied hij zijn gewone verblijfplaats heeft.