Wetboek internationaal privaatrecht

Hoofdstuk I. - Algemene bepalingen

Afdeling 6. - Uitwerking van buitenlandse rechterlijke beslissingen en authentieke akten.

Gronden voor weigering van de erkenning of de uitvoerbaarverklaring

Art. 25 § 1. Een buitenlandse rechterlijke beslissing wordt niet erkend of uitvoerbaar verklaard indien:

1° het gevolg van de erkenning of van de uitvoerbaarverklaring kennelijk onverenigbaar zou zijn met de openbare orde; bij de beoordeling van deze onverenigbaarheid wordt inzonderheid rekening gehouden met de mate waarin het geval met de Belgische rechtsorde is verbonden en met de ernst van de gevolgen die aldus worden veroorzaakt;

2° de rechten van de verdediging zijn geschonden;

3° de beslissing alleen is verkregen om te ontsnappen aan de toepassing van het door deze wet aangewezen recht, in een aangelegenheid waarin partijen niet vrij over hun rechten kunnen beschikken;

4° zij, onverminderd artikel 23, § 4, overeenkomstig het recht van de Staat waar zij werd gewezen, nog vatbaar is voor een gewoon rechtsmiddel;

5° zij onverenigbaar is met een in België gewezen beslissing of met een voordien in het buitenland gewezen beslissing die in België kan worden erkend;

6° de vordering in het buitenland werd ingesteld na het instellen in België van een vordering die nog steeds aanhangig is tussen dezelfde partijen en met hetzelfde onderwerp;

7° de Belgische rechters exclusief bevoegd waren om kennis te nemen van de vordering;

8° de bevoegdheid van de buitenlandse rechter uitsluitend gegrond was op de aanwezigheid van de verweerder of van goederen zonder rechtstreeks verband met het geschil in de Staat waartoe die rechter behoort;

9° de erkenning of de uitvoerbaarverklaring in strijd zou zijn met de weigeringsgronden bedoeld in de artikelen 39, 57, 72, 95, 115 en 121.

§ 2. In geen geval mag de buitenlandse rechterlijke beslissing ten gronde worden herzien.

 

2747.com / law / internationaal recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht