Belgische wetboek van internationaal privaatrecht (2004)

Hoofdstuk VII. - Erfopvolging

Internationale bevoegdheid inzake erfopvolging

Recht toepasselijk op de erfopvolging

Keuze van het recht toepasselijk op de erfopvolging

Toepassingsgebied van het recht toepasselijk op de erfopvolging

Nadere regels inzake de verdeling

Beheer en overgang van de nalatenschap

Vorm van de uiterste wilsbeschikkingen

Interpretatie van de uiterste wilsbeschikkingen

Volledige wettekst anno 2006:

Hoofdstuk VII. - Erfopvolging

Internationale bevoegdheid inzake erfopvolging.

Art. 77. De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende erfopvolging, naast de gevallen voorzien in de algemene bepalingen van deze wet met uitsluiting van artikel 5, indien :

1° de overledene bij zijn overlijden zijn gewone verblijfplaats in België had; of

2° de vordering goederen betreft die zich bij de instelling van de vordering in België bevinden.

Recht toepasselijk op de erfopvolging.

Art. 78. § 1. De erfopvolging wordt beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied de overledene bij zijn overlijden zijn gewone verblijfplaats had.

§ 2. De vererving van onroerende goederen wordt beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied het onroerend goed is gelegen. Indien evenwel buitenlands recht leidt tot de toepassing van het recht van de Staat op wiens grondgebied de overledene bij zijn overlijden zijn gewone verblijfplaats had, is dit laatste recht van toepassing.

Keuze van het recht toepasselijk op de erfopvolging.

Art. 79. Een persoon kan de vererving van al zijn goederen onderwerpen aan het recht van een bepaalde Staat. De aanwijzing heeft enkel gevolg indien die persoon bij de aanwijzing of bij zijn overlijden de nationaliteit van die Staat had of zijn gewone verblijfplaats op het grondgebied van die Staat had. Die aanwijzing kan evenwel niet tot gevolg hebben dat een erfgenaam zijn recht op een voorbehouden erfdeel verliest dat hem krachtens het artikel 78 toepasselijk recht wordt gewaarborgd.

De aanwijzing en de herroeping ervan moeten worden uitgedrukt in een verklaring afgelegd in de vorm van een uiterste wilsbeschikking.

Toepassingsgebied van het recht toepasselijk op de erfopvolging.

Art. 80. § 1. Het op de erfopvolging toepasselijk recht bepaalt met name :

1° de oorzaken en het tijdstip van het openvallen van de nalatenschap; 2° de roeping van de erfgenamen en de legatarissen, met inbegrip van de rechten van de langstlevende echtgenoot, evenals de andere rechten die tegen de nalatenschap ontstaan door het openvallen ervan; 3° de roeping van de Staat; 4° de oorzaken van onterving en onwaardigheid om te erven; 5° de inhoudelijke geldigheid van uiterste wilsbeschikkingen; 6° het beschikbare deel, het voorbehouden erfdeel en de andere beperkingen van de vrijheid tot het maken van een laatste wilsbeschikking; 7° de aard en de omvang van de rechten van erfgenamen en legatarissen, evenals de door de overledene opgelegde lasten; 8° de voorwaarden en de gevolgen van de aanvaarding of de verwerping zonder afbreuk te doen aan § 2; 9° de bijzondere oorzaken van onbekwaamheid om te beschikken of te ontvangen; 10° de inbreng en de inkorting van giften evenals de verrekening ervan bij de berekening van de erfdelen.

§ 2. De aanvaarding of de verwerping van een nalatenschap geschiedt op de wijze bepaald door het recht van de Staat op wiens grondgebied de betrokken goederen zijn gelegen op het tijdstip van het overlijden indien dat recht bijzondere formaliteiten vereist. De roerende goederen worden geacht gelegen te zijn bij de gewone verblijfplaats van de overledene op het tijdstip van zijn overlijden.

Nadere regels inzake de verdeling.

Art. 81. De wijze van samenstelling en van toebedeling van de loten wordt beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied de goederen zich ten tijde van de verdeling bevinden.

Beheer en overgang van de nalatenschap.

Art. 82. § 1. Het beheer en de overgang van de nalatenschap worden beheerst door het recht dat krachtens de artikelen 78 en 79 op de vererving van toepassing is.

In afwijking van het eerste lid worden het beheer en de overgang van een goed beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied dit goed zich bevindt, wanneer dit recht de tussenkomst van de overheid van die Staat vereist.

§ 2. De bevoegdheden van een persoon die volgens § 1 gemachtigd is om de nalatenschap te beheren, doet geen afbreuk aan de bevoegdheden krachtens een in België genomen of erkende rechterlijke beslissing.

Vorm van de uiterste wilsbeschikkingen.

Art. 83. De vorm van testamenten en van de herroeping ervan wordt beheerst door het recht toepasselijk krachtens het Verdrag betreffende de wetsconflicten inzake de vorm van uiterste wilsbeschikkingen, gesloten te Den Haag op 5 oktober 1961.

De toepassing van dit verdrag wordt uitgebreid tot de andere uiterste wilsbeschikkingen.

Interpretatie van de uiterste wilsbeschikkingen.

Art. 84. De interpretatie van een uiterste wilsbeschikking en van de herroeping ervan wordt beheerst door het recht dat de beschikker overeenkomstig artikel 79 kiest. Die keuze moet uitdrukkelijk zijn of op ondubbelzinnige wijze blijken uit de wilsbeschikking of de herroeping ervan.

Bij gebreke van keuze wordt de interpretatie beheerst door het recht van de Staat waarmee de beschikking of de herroeping de nauwste banden heeft. Behoudens tegenbewijs wordt vermoed dat de rechtshandeling de nauwste banden heeft met de Staat op wiens grondgebied de beschikker ten tijde van de wilsbeschikking of van de herroeping ervan zijn gewone verblijfplaats had.