Belgisch Wetboek internationaal privaatrecht : Hoofdstuk XII. - Trust

Recht toepasselijk op de trust

Art. 124

§ 1. De trust wordt beheerst door het recht dat de oprichter kiest. De keuze moet uitdrukkelijk zijn of voortvloeien uit de bepalingen van de akte tot oprichting van de trust, van het geschrift waaruit het bestaan van de trust blijkt of uit de omstandigheden van het geval. De oprichter kan het toepasselijk recht aanwijzen voor de gehele trust of slechts voor een deel ervan.
  Wanneer, behoudens de rechtskeuze, alle betekenisvolle elementen van de trust zijn verbonden met een Staat waarvan het recht de instelling van de trust niet kent, heeft die keuze geen rechtsgevolgen.

§ 2. Bij gebreke van een rechtskeuze overeenkomstig § 1 of wanneer het gekozen recht de trust niet geldig acht, wordt de trust beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied de trustee bij de oprichting van de trust zijn gewone verblijfplaats heeft.

§ 3. De toepassing van het recht dat de trust beheerst, kan niet tot gevolg hebben dat een erfgenaam zijn recht op een voorbehouden erfdeel verliest dat hem krachtens het artikel 78 toepasselijk recht wordt gewaarborgd.