Handelshuurwet

§ 4. Recht van de huurder om het gehuurde goed voor zijn bedrijf geschikt te maken

Artikel 9 anno 2007:

Wanneer verbouwingen zijn uitgevoerd op kosten van de huurder, met uitdrukkelijk of stilzwijgend akkoord van de verhuurder of krachtens een rechterlijke beslissing, kan de verhuurder, behoudens andersluidende overeenkomst, de verwijdering ervan bij het vertrek van de huurder niet vorderen, maar hij kan zich ertegen verzetten. Indien de verbouwingen niet worden verwijderd, heeft de verhuurder de keus om ofwel de waarde van de materialen en het arbeidsloon te vergoeden, ofwel een bedrag te betalen, dat gelijk is aan de door het onroerend goed verkregen meerwaarde.

Ten aanzien van door de huurder zonder verlof ondernomen verbouwingen kan de verhuurder, hetzij in de loop van de huur, hetzij bij het eindigen ervan, eisen dat de lokalen in hun vroegere toestand worden hersteld, onverminderd schadevergoeding, zo daartoe grond bestaat. Indien hij de aldus uitgevoerde verbouwingswerken behoudt, is hij geen vergoeding verschuldigd.

Commentaar

De wettelijke regel vervat in artikel 9 handelshuurwet komt overeen met het gemeen recht in artikel 555 BW.

De regeling van artikel 9 handelshuruwet is niet van openbare orde of dwingend recht. Het staat de partijen volledig vrij iets anders overeen te komen.

Artikel 7 van de handelshuurwet is wel van dwingend recht. Een handelaar moet het recht hebben om het gehuurde onroerend goed aan te passen aan zijn handelszaak. Hiervan kan niet bij overeenkomst worden afgeweken.

Artikel 9 regelt enkel de eventuele vergoeding voor werken die door de huurder werden uitgevoerd.