Belgisch Burgerlijk Wetboek, Boek 3, Titel  VIII : Huur - Hoofdstuk 2 : Huur van goederen

Afdeling I. - Algemene bepalingen betreffende de huur van onroerende goederen

Wettekst anno 2006:

Art. 1728ter. <Ingevoegd bij W 29-12-1983, art. 2> § 1. Behalve wanneer uitdrukkelijk overeengekomen is dat de aan de huurder opgelegde kosten en lasten in vaste bedragen worden bepaald, moeten ze met werkelijke uitgaven overeenkomen.
  Deze kosten en lasten moeten in een afzonderlijke rekening worden opgegeven.
  De stukken die van deze uitgaven doen blijken, moeten worden overgelegd.
  In het geval van een onroerend goed bestaande uit meerdere appartementen, waarvan het beheer wordt waargenomen door éénzelfde persoon, wordt aan de verplichting voldaan zodra de verhuurder aan de huurder een opgave van de kosten en de lasten doet toekomen en aan de huurder of aan zijn bijzondere gemachtigde de mogelijkheid is geboden de stukken in te zien ten huize van de natuurlijke persoon of op de zetel van de rechtspersoon die het beheer waarneemt.
  § 2. De contractuele bepalingen welke in strijd zijn met paragraaf 1 zijn nietig.
  § 3. Dit artikel is niet van toepassing op de pacht.