Belgisch Staatsblad 28 december 2006
27 december 2006. - Programmawet (I).
....
Hoofdstuk IV. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, van het Wetboek der zegelrechten, van het Wetboek der successierechten en van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.

Afdeling 1. - Registratierechten.

Onderafdeling 1. - Wijzigingen aan het Wetboek.

Art. 61. In artikel 2 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, worden de woorden ", kopieën die met de hand of via elektronische handtekening ondertekend zijn, " ingevoegd tussen het woord " brevetten " en de woorden " of originelen ".

Art. 62. Artikel 19, 3°, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
  " 3° a) de akten houdende verhuring, onderverhuring of overdracht van huur van in België gelegen onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen, die uitsluitend bestemd zijn tot huisvesting van een gezin of van één persoon;
  b) de andere dan onder a) bedoelde akten houdende verhuring, onderverhuring of overdracht van huur van in België gelegen onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen. "

Art. 63. Artikel 32, 5°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 13 augustus 1947 en de wet van 25 juni 1973, wordt vervangen als volgt :
  " 5° voor akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, a), twee maanden en voor akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, b), vier maanden; ".

Art. 64. In artikel 35, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het 6°, gewijzigd bij de wet van 14 april 1965, het koninklijk besluit van 12 december 1996 en de wet van 22 december 1988, worden de woorden ", b), " ingevoegd tussen het woord " 3° " en de woorden " en 5° ";
  2° het 7°, opgeheven bij de wet van 10 juni 1997, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " 7° op de verhuurder ten aanzien van de onderhandse of buitenlands verleden akten waarvan sprake in artikel 19, 3°, a). "

Art. 65. Artikel 159, 13°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 april 1991, wordt opgeheven.

Art. 66. Artikel 161 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 december 1998, wordt aangevuld als volgt :
  " 12° de in artikel 19, 3°, a), bedoelde akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur; ".

Art. 67. Artikel 206 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 februari 1981, de wet van 4 augustus 1986 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt aangevuld als volgt :
  " Wanneer de overtreding werd begaan in het kader van een registratierecht dat geen gewestelijke belasting is volgens het bepaalde in artikel 3, eerste lid, 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt het bedrag van het in het eerste lid bepaalde maximum van de boete gebracht op 125.000,00 EUR. "

Art. 68. Artikel 206bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 februari 1981, de wet van 4 augustus 1986 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Wanneer het misdrijf werd begaan in het kader van een registratierecht dat geen gewestelijke belasting is volgens het bepaalde in artikel 3, eerste lid, 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt het bedrag van het in het eerste en het tweede lid bepaalde maximum van de boete gebracht op 125.000,00 EUR. "

Art. 69. Artikel 207bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 februari 1981, de wet van 4 augustus 1986 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000,wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Wanneer het verbod werd opgelegd in het kader van een registratierecht dat geen gewestelijke belasting is volgens het bepaalde in artikel 3, eerste lid, 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt het bedrag van het in het eerste lid bepaalde maximum van de boete gebracht op 125.000,00 EUR. "

Art. 70. De artikelen 62 en 65 treden in werking op 1 januari 2007.
  De artikelen 63 en 64 en 66 zijn van toepassing op de akten die dagtekenen vanaf 1 januari 2007.

Onderafdeling 2. - Bijzondere tijdelijke bepaling.

Art. 71. De vanaf 1 januari 2007 tot 30 juni 2007 ter registratie aangeboden akten houdende verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, a), van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten worden kosteloos geregistreerd ongeacht of de akte dagtekent van vóór of vanaf 1 januari 2007. Er is op deze akten geen boete wegens laattijdige aanbieding ter registratie verschuldigd.
  Op grond van een evaluatie in de loop van de maand april 2007, kan de Koning de datum van 30 juni 2007 vervangen door de datum van 30 september 2007.

Art. 72. Artikel 71 treedt in werking op 1 januari 2007.


Onderafdeling 3. - Wijziging aan het burgerlijk wetboek.

  Art. 73. In artikel 3, § 5, van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling II, van het Burgerlijk Wetboek, wordt het volgende lid ingevoegd tussen het tweede en derde lid :
  " Zolang het huurcontract niet geregistreerd is na de termijn van twee maanden bedoeld in artikel 32, 5°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zijn zowel de in het eerste lid bedoelde opzeggingstermijn als de in het tweede lid bedoelde vergoeding niet van toepassing. "

  Art. 74. Tussen artikel 5 en 6 van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling II, van het Burgerlijk Wetboek wordt een artikel 5bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 5bis. - De verplichting van de registratie van de huurovereenkomst rust op de verhuurder. De kosten verbonden aan een eventueel laattijdige registratie zijn volledig ten zijne laste ".

  Art. 75. De artikelen 73 en 74 treden in werking op 1 juli 2007.
  Ingeval de Koning, op grond van een evaluatie in de loop van de maand april 2007, als bedoeld in artikel 71, tweede lid, de datum van 30 juni 2007 vervangt door de datum van 30 september 2007, vervangt de koning tevens de datum van 1 juli 2007, bedoeld in het eerste lid, door de datum van 1 oktober 2007.