Burgerlijk Wetboek
Boek III - Titel  VIII. - Huur

Hoofdstuk I. - Algemene bepalingen

Artikel 1708 : Er zijn twee soorten van huur :
  De huur van goederen,
  En de huur van werk.

Artikel 1709 : Huur van goederen is een contract waarbij de ene partij zich verbindt om de andere het genot van een zaak te doen hebben gedurende een zekere tijd, en tegen een bepaalde prijs, die de laatstgenoemde zich verbindt te betalen.

Art. 1710. Huur van werk is een contract waarbij de ene partij zich verbindt om iets voor de andere te verrichten, tegen betaling van een tussen hen bedongen prijs.

Art. 1711. Die twee soorten van huur worden nog verder onderverdeeld :
  Onder huishuur wordt verstaan de huur van huizen en die van meubelen;
  Onder pacht, de huur van landeigendommen;
  Onder huur van werk, de huur van arbeid of van diensten;
  Onder veepacht, de huur van dieren, waarbij de winst verdeeld wordt tussen de eigenaar en degene aan wie hij de dieren toevertrouwt.
  Een bestek, een aanneming of vast akkoord betreffende het uitvoeren van een werk tegen betaling van een bepaalde prijs, is ook huur, wanneer de grondstof geleverd wordt door hem voor wie het werk wordt uitgevoerd.
  Voor de laatste drie soorten gelden bijzondere regels.

Art. 1712. De verhuring van de goederen van de Staat, van de gemeenten en van de openbare instellingen is aan bijzondere reglementen onderworpen.