opzegtermijn

Bij programmawet van 27 december 2006 (B.S. 28.12.2006) werden de opzegtermijnen gewijzigd inzake de verhuring van een woning die dient tot hoofdverlijfplaats van de huurder.


Onderafdeling 3. - Wijziging aan het burgerlijk wetboek

Art. 73. In artikel 3, § 5, van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling II, van het Burgerlijk Wetboek, wordt het volgende lid ingevoegd tussen het tweede en derde lid:

Zolang het huurcontract niet geregistreerd is na de termijn van twee maanden bedoeld in artikel 32, 5°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zijn zowel de in het eerste lid bedoelde opzeggingstermijn als de in het tweede lid bedoelde vergoeding niet van toepassing.

Art. 74. Tussen artikel 5 en 6 van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling II, van het Burgerlijk Wetboek wordt een artikel 5bis ingevoegd, luidend als volgt :

« Art. 5bis. - De verplichting van de registratie van de huurovereenkomst rust op de verhuurder. De kosten verbonden aan een eventueel laattijdige registratie zijn volledig ten zijne laste ».

Art. 75. De artikelen 73 en 74 treden in werking op 1 juli 2007.

Ingeval de Koning, op grond van een evaluatie in de loop van de maand april 2007, als bedoeld in artikel 71, tweede lid, de datum van 30 juni 2007 vervangt door de datum van 30 september 2007, vervangt de koning tevens de datum van 1 juli 2007, bedoeld in het eerste lid, door de datum van 1 oktober 2007.