![]() |
|
![]() |
![]() |
Dit heeft tot gevolg dat de eigenaar zal moeten zien dat hij in zijn verkoopovereenkomst duidelijk als voorwaarde laat opnemen dat de bestaande huurovereenkomst moet geëerbiedigd worden (eerbiedigsingsbeding).
We noemen dit een uitzettingsbeding.
Een uitzettingsbeding is in het voordeel van de eigenaar. Zeker als de voorwaarden als volgt zouden zijn:
"Indien de verhuurder zijn eigendom verkoopt of wegschenkt, zal de huurder meteen door de verkrijger uit het eigendom kunnne worden gezet." Door zo'n beding hoeft de verkrijger geen rekening te houden met de huurder, waardoor hij meer interesse voor het eigendom kan hebben en dat speelt in het voordeel van de eigenaar.
De wetgever heeft een halt toegeroepen aan de uitwerking van overeenkomsten die de verkrijger de mogelijkheid geven om de huurder uit het eigendom te zetten. Deze beschermingen vinden we terug in de Handeslhuurwet, de Woninghuurwet en de Pachtwet. Het principe dat er kan overeengekomen worden dat de verkrijger de huurder uit het eigenom kan zetten, blijft gehandhaafd. Alleen wordt er ten eerste een minimale opzegtermijn opgelegd en bovendien zal de verkrijger slechts om bepaalde redenen de huurder kunnnen opzeggen. Een van de redenen die de wetgever redelijk acht om de huurder mits eerbiediging van de minimale opzegtermijn uit het eigendom te zetten, is dat de verkrijger het verkregen eigendom zelf wilt gaan gebruiken (bewonen).
De regels gelden voor de overdracht van het gehuurde goed. Overdracht kan zowel een verkoop zijn als een schenking.