gehuwd
Titel VII. Afstamming
Hoofdstuk II. Vaststelling van de afstamming van vaderszijde
Afdeling I. Vermoeden van vaderschap
Art. 315
   Het kind dat geboren is tijdens het huwelijk of binnen 300 dagen na de ontbinding of de nietigverklaring van het huwelijk, heeft de echtgenoot tot vader.


Als de echtgenoten feitelijk gescheiden leven is het vermoeden van het vaderschap van de echtgnoot niet meer van toepassing (art. 316bis BW).

 Het vaderschap van de echtgenoot kan worden betwist (art. 318 BW). Het zou best kunnen dat de echtgenoot weet dat hij de vader niet is en iemand anders weet dat hij de vader wel is, bijvoorbeeld omdat het gehuwde koppel reeds ten tijde van de verwekking van het kind feitelijk gescheiden leeft (en de moeder slaapt met een nieuwe vriend). Indien de moeder herhuwd is (met de nieuwe vriend) geeft de wet de voorkeur aan de nieuwe echtgenoot (art. 317 BW).

Indien de moeder die bevallen is van een kind niet gehuwd is, kan eender wie het kind erkennen (art. 319 BW).

Het Belgische afstammingsrecht in grote lijnen sinds 1987

Is de moeder gehuwd rond de bevalling, dan wordt haar echtgenoot vermoed de vader te zijn.

Is de moeder niet gehuwd, dan kan het kind geen onbevlekte ontvangenis zijn zegt ons recht.

Ons recht gaat er ook van uit dat een kind geen 2 vaders kan hebben.

Er zijn naast het vermoeden van vaderschap van de echtgenoot nog 2 wegen naar de vaststelling van het vaderschap:

1. de erkenning van het vaderschap (mag ook niet-biologisch zijn, maar moet wel met toestemmingen van moeder (en kind als het 15 jaar is))
2. het onderzoek naar het vaderschap (moet biologisch zijn, en is op vordering voor de rechtbank)

Hieraan zijn volgende beperkingen verbonden: Werd een kind erkend, dan heeft het een vader. Een onderzoek naar het vaderschap heeft dan geen zin meer en is dan ook niet toegelaten. Wel kan men het vadeschap betwisten. Dat zal men eerst moeten doen alvorens een onderzoek naar het vaderschap te kunnen doen.