Belgisch Burgerlijk Wetboek

Boek III. - Titel V. - Huwelijksvermogensstelsels : Wettelijk stelsel

...

AFDELING IV. - BESTUUR VAN HET EIGEN VERMOGEN.


  Art. 1425. Iedere echtgenoot bestuurt zijn eigen vermogen alleen, onverminderd het bepaalde in artikel 215, eerste lid.

  GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALING VOOR HET BESTUUR VAN DE EIGEN VERMOGENS EN HET GEMEENSCHAPPELIJK VERMOGEN.


  Art. 1426. § 1. Indien een der echtgenoten blijk geeft van ongeschiktheid in het bestuur van het gemeenschappelijk vermogen zowel als van zijn eigen vermogen of de belangen van het gezin in gevaar brengt, kan de andere echtgenoot vorderen dat de bestuursbevoegdheden hem geheel of gedeeltelijk worden ontnomen.
  De rechtbank kan dat bestuur opdragen, hetzij aan de eiser, hetzij aan een derde, die zij aanwijst.
  Die beslissing kan worden herroepen, indien de redenen waarop zij gegrond was, komen te vervallen.
  § 2. Iedere rechterlijke beslissing waarbij aan een der echtgenoten zijn bestuursbevoegdheden worden ontnomen of waarbij die bevoegdheden hem worden teruggeven, wordt door de griffier ter kennis gebracht van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het huwelijk voltrokken is; deze maakt er melding van op de kant van de huwelijksakte.
  Indien het huwelijk niet in België is voltrokken, wordt de beslissing ter kennis gebracht van de ambtenaar van de burgerlijke stand van het eerste district Brussel, die de beslissing overschrijft in het register van de huwelijksakten.
  § 3. Indien de echtgenoot aan wie het bestuur onttrokken of teruggegeven wordt, koopman is, geeft de griffier daarvan bericht aan het centraal handelsregister.
  § 4. Artikel 1253 van het Gerechtelijk Wetboek is mede van toepassing.