Huwelijkscontract
BW - Boek III. -  Titel V. - Huwelijksvermogensstelsels
Hoofdstuk III : Overeenkomsten die het wettelijk stelsel kunnen wijzigen

§ 2. Vooruitmaking

Art. 1457. Echtgenoten kunnen overeenkomen dat de langstlevende of een hunner indien hij het langst leeft, het recht zal hebben om voor de verdeling, hetzij een bepaalde geldsom, hetzij bepaalde goederen in natura, hetzij een hoeveelheid of een percentage van een bepaalde categorie van goederen vooraf te nemen uit het gemeenschappelijk vermogen.

Art. 1458. Vooruitmaking wordt niet beschouwd als een schenking maar als een huwelijksovereenkomst.
  Zij wordt echter wel als een schenking beschouwd ten belope van de helft, indien zij tegenwoordige of toekomstige goederen tot voorwerp heeft die de vooroverleden echtgenoot in het gemeenschappelijk vermogen heeft gebracht door een uitdrukkelijk beding in het huwelijkscontract.

Art. 1459. Ontbinding van het stelsel door echtscheiding of door scheiding van tafel en bed op een der gronden vermeld in de artikelen 229, 231 en 232, heeft geen uitkering van het vooruitgemaakte ten gevolge.
  Ontbinding van het stelsel door scheiding van goederen heeft geen dadelijke uitkering van het vooruitgemaakte ten gevolge. De echtgenoten of de echtgenoot in wiens voordeel is bedongen, behouden echter hun rechten voor het geval van overleving. Wanneer de vooruitmaking bedongen is in het voordeel van een der echtgenoten, kan deze van de andere echtgenoot zekerheidsstelling eisen tot waarborg van zijn rechten.

Art. 1460. Vooruitgemaakte goederen kunnen in beslag worden genomen voor de betaling van gemeenschappelijke schulden, behoudens verhaal van de begunstigde echtgenoot, wanneer het goederen in natura betreft, op de rest van het gemeenschappelijk vermogen.
  Zodanig verhaal is eveneens mogelijk in geval van vervreemding door een der echtgenoten van een goed dat in natura vooruitgemaakt is.

Wetsgeschiedenis