BW - Boek 3 - Titel V. - Huwelijksvermogensstelsels

Hoofdstuk I. - Algemene bepalingen

Wettekst anno 2006 (met wetsgeschiedenis):

Art. 1387. <W 14-07-1976, art. 2> De echtgenoten regelen hun huwelijksovereenkomsten naar goeddunken, mits zij daarin niets bedingen dat strijdig is met de openbare orde of de goede zeden.

  Art. 1388. <W 14-07-1976, art. 2> De echtgenoten mogen niet afwijken van de regels die hun wederzijdse rechten en verplichtingen bepalen, noch van de regels betreffende het ouderlijk gezag en de voogdij noch van de regels die de wettelijke orde van de erfopvolging bepalen.
  (De echtgenoten kunnen bij huwelijkscontract of bij wijzigingsakte, wanneer op dat tijdstip een van hen één of meer afstammelingen heeft die voortkomen uit een andere relatie van voor hun huwelijk of die geadopteerd werden voor hun huwelijk, of afstammelingen van de geadopteerden, geheel of ten dele, zelfs zonder wederkerigheid, een regeling treffen over de rechten die de ene in de nalatenschap van de andere kan uitoefenen. Deze regeling doet geen afbreuk aan het recht van de ene, om bij testament of bij akte onder de levenden te beschikken ten gunste van de andere en kan in geen geval aan de langstlevende het recht van vruchtgebruik ontnemen van het onroerend goed dat bij het openvallen van de nalatenschap van de eerststervende het gezin tot voornaamste woning diende en van het daarin aanwezige huisraad, volgens de voorwaarden bepaald in artikel 915bis, §§ 2 tot 4.) <W 2003-04-22/46, art. 5, 013 ; Inwerkingtreding : 01-06-2003>

  Art. 1389. <W 14-07-1976, art. 2> De echtgenoten mogen geen huwelijksvoorwaarden bedingen door eenvoudige verwijzing naar een opgeheven wetgeving (...). Zij kunnen verklaren een van de stelsels aan te nemen, waarin deze titel voorziet. <W 2004-07-16/31, art. 132, 014; Inwerkingtreding : 01-10-2004>

  Art. 1390. <W 14-07-1976, art. 2> Bij gebreke van bijzondere overeenkomsten vormen de regels bepaald in Hoofdstuk II van deze titel, het gemeen recht.

  Art. 1391. <W 14-07-1976, art. 2> Het wettelijk of het bedongen huwelijksvermogensstelsel begint te werken vanaf de voltrekking van het huwelijk, niettegenstaande enige andersluidende overeenkomst.

  Art. 1392. <W 14-07-1976, art. 2> Alle huwelijksovereenkomsten opgemaakt voor de voltrekking van het huwelijk en alle bedongen wijzigingen van het huwelijksvermogensstelsel worden vastgesteld bij notariële akte.

  Art. 1393. <W 14-07-1976, art. 2> Voordat het huwelijk voltrokken is, mogen in de huwelijksovereenkomsten geen wijzigingen worden aangebracht buiten de tegenwoordigheid en zonder de gelijktijdige toestemming van allen die er partij bij zijn geweest.
  Die wijzigingen werken niet tegen derden indien zij niet achteraan op de minuut van het huwelijkscontract gesteld zijn; de notaris is verplicht ze over te nemen in de uitgiften en grossen van het huwelijkscontract.

  Art. 1394. <W 14-07-1976, art. 2> De echtgenoten kunnen tijdens het huwelijk hun huwelijksvermogensstelsel wijzigen naar goeddunken en zelfs een ander stelsel aannemen.
  De akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel wordt voorafgegaan door :
  1. een beschrijving van alle roerende en onroerende goederen en van de schulden van de echtgenoten;
  2. een regeling van hun wederzijdse rechten, waaromtrent het hun vrij staat een vergelijk te treffen.
  Beide worden vastgesteld bij notariële akte.
  (De boedelbeschrijving en de regeling van de wederzijdse rechten zijn niet vereist, wanneer de wijziging van het huwelijksvermogensstelsel niet de vereffening van het vorige stelsel of een dadelijke verandering van de samenstelling van de vermogens tot gevolg heeft, of wanneer de wijziging zich beperkt tot herroeping, in onderlinge overeenstemming tussen de echtgenoten, van de schenkingen die zij aan elkaar hebben gedaan of die de ene echtgenoot aan de andere heeft gedaan in het huwelijkscontract, of zich beperkt tot een regeling zoals bepaald in artikel 1388, lid 2.) <W 2003-04-22/46, art. 6, 013 ; Inwerkingtreding : 01-06-2003>
  ((De boedelbeschrijving en de regeling van wederzijdse rechten zijn evenmin vereist wanneer een wijziging wordt aangebracht in het gemeenschappelijk vermogen, zonder dat voor het overige het huwelijksvermogensstelsel dermate wordt gewijzigd dat het volledig moet worden vereffend). Op verzoek van een van de echtgenoten of van de rechtbank dient evenwel een boedelbeschrijving en een regeling van de wederzijdse rechten te worden opgemaakt.) <W 1998-07-09/38, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 17-08-1998> <W 2003-04-22/46, art. 6, 013 ; Inwerkingtreding : 01-06-2003>

  Art. 1395. <W 14-07-1976, art. 2> § 1. De akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel wordt bij verzoekschrift, ondertekend door beide echtgenoten, ter homologatie voorgelegd aan de rechtbank van eerste aanleg van hun echtelijke verblijfplaats. (De homologatie van de akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel is niet vereist in de in artikel 1394, vierde lid, bedoelde gevallen.) De echtgenoten verschijnen samen en in persoon. Zij leggen de akten houdende beschrijving van hun goederen en schulden en regeling van hun wederzijdse rechten over, wanneer die moeten worden opgemaakt. <W 1998-07-09/38, art. 3, a), 003; Inwerkingtreding : 17-08-1998>
  De rechtbank neemt kennis van het verzoek in raadkamer; zij weigert de homologatie, indien de wijziging waarvan de homologatie wordt gevraagd, afbreuk doet aan de belangen van het gezin of van de kinderen, dan wel aan de rechten van derden.
  Wordt de homologatie geweigerd, dan kan, binnen een maand, na de kennisgeving door de griffier, hoger beroep worden ingesteld bij verzoekschrift ondertekend door beide echtgenoten; de tussenkomende partijen beschikken over dezelfde termijn om hoger beroep in te stellen tegen het vonnis dat de homologatie verleent.
  § 2. Indien tegen het homologatievonnis geen hoger beroep wordt ingesteld of indien het Hof van beroep de wijzigingsakte homologeert, deelt de griffier, binnen twee maanden (na het verstrijken van de termijnen van hoger beroep of van voorziening in cassatie, een uittreksel van de homologatiebeslissing) mede aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het huwelijk voltrokken is; deze vermeldt op de kant van de huwelijksakte de datum van de wijzigingsakte, de notaris die ze heeft opgemaakt en de datum van de homologatiebeslissing. <W 1998-07-09/38, art. 3, b), 003; Inwerkingtreding : 17-08-1998>
  Indien het huwelijk niet in België is voltrokken, wordt het uittreksel gezonden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van het eerste district Brussel, die het overschrijft in het register van de huwelijksakten.
  (Indien de wijzigingsakte een wijziging van het huwelijksvermogensstelsel inhoudt als bedoeld in artikel 1394, vierde lid, deelt de notaris binnen een maand na het opmaken van deze akte een uittreksel ervan mede aan de ambtenaar bedoeld in het eerste lid; deze vermeldt op de kant van de huwelijksakte de datum van de wijzigingsakte en de notaris die ze heeft opgemaakt. Indien het huwelijk niet in België is voltrokken, gebeurt deze mededeling overeenkomstig het tweede lid. Binnen dezelfde termijn deelt de notaris die de wijzigingsakte heeft opgemaakt een uittreksel uit deze akte mee aan de notaris die de minuut van het gewijzigde huwelijkscontract onder zich houdt. Deze maakt er melding van onderaan de minuut en is verplicht die vermelding over te nemen op de uitgiften en grossen van het oorspronkelijk contract.) <W 1998-07-09/38, art. 3, c), 003; Inwerkingtreding : 17-08-1998>
  § 3. Binnen dezelfde termijn (als bedoeld in § 2, eerste lid,) deelt de griffier, in voorkomend geval, een uittreksel uit de homologatiebeslissing mede aan de notaris die de minuut van het gewijzigde huwelijkscontract onder zich houdt. Deze maakt er melding van onderaan de minuut en is verplicht die vermelding over te nemen op de uitgiften en grossen van het oorspronkelijk contract. <W 1998-07-09/38, art. 3, d), 003; Inwerkingtreding : 17-08-1998>
  Binnen dezelfde termijn deelt de griffier de datum van de homologatiebeslissing mede aan de notaris die de wijzigingsakte heeft opgemaakt.
  § 4. (In geval van vereffening of overdracht van onroerende goederen van het ene vermogen naar het andere dient dit, na homologatie van de wijzigingsakte, bij notariële akte te worden vastgesteld binnen een jaar na de bekendmaking van een uittreksel uit de homologatiebeslissing in het Belgisch Staatsblad.) <W 1998-07-09/38, art. 3, e), 003; Inwerkingtreding : 17-08-1998>
  (§ 5. Indien een van de echtgenoten overlijdt nadat beide echtgenoten in persoon voor de rechtbank zijn verschenen, maar voordat de homologatieprocedure is beëindigd, kan die worden voortgezet door de overlevende echtgenoot alleen.
  Wanneer in dat geval de homologatie wordt geweigerd, kan, binnen een maand na de kennisgeving door de griffier, hoger beroep worden ingesteld bij verzoekschrift ondertekend door de overlevende echtgenoot alleen.) <W 1998-07-09/38, art. 3, f), 003; Inwerkingtreding : 17-08-1998>
  (§ 6. Een buitenlandse akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel kan, indien zij voldoet aan de voorwaarden nodig voor de erkenning ervan in België, worden vermeld op de kant van een akte opgesteld door een Belgische notaris en bij die akte worden gevoegd. Deze formaliteit wordt verricht met het oog op de bekendmaking van de wijziging en heeft niet tot gevolg dat ze aan derden tegenwerpbaar wordt.) <W 2004-07-16/31, art. 133, 014; Inwerkingtreding : 01-10-2004>

  Art. 1396. <W 14-07-1976, art. 2> Bedongen wijzigingen van het huwelijksvermogensstelsel kunnen aan derden eerst worden tegengeworpen vanaf de dag van de bekendmaking van een uittreksel uit de homologatiebeslissing in het Belgisch Staatsblad.
  Tussen echtgenoten hebben zij gevolg vanaf de datum van de akte.

  Art. 1397. <W 14-07-1976, art. 2> (De minderjarige die bekwaam is om een huwelijk aan te gaan, kan toestemmen in alle overeenkomsten die het huwelijkscontract kan bevatten; de daarin door hem gemaakte overeenkomsten en schenkingen zijn geldig, mits hij in het contract is bijgestaan door zijn ouders of één van hen.
  Bij ontstentenis van die bijstand, kan voor die overeenkomsten en schenkingen door de jeugdrechtbank machtiging worden verleend.) <W 19-01-1990, art. 37>
  De minderjarige is bekwaam om zijn huwelijksvermogensstelsel te wijzigen met dezelfde bijstand als vereist is voor het sluiten van een huwelijkscontract. Deze bijstand is niet vereist voor de homologatieaanvraag.