| De wettelijke samenwoning werd ingevoerd in het Belgisch
Burgerlijk wetboek vanaf artikel 1475 bij wet van 23 november
1998 met ingang vanaf 1 januari 2000. 1998 was een tijd waarin het huwelijk niet openstond voor personen van hetzelfde geslacht. Bij wettelijke samenwoning was dit wel het geval. Het is hierin dat de oorsprong van het statuut van de wettelijke samenwonenden moet gezocht worden. |
Art. 1475 § 1. Onder wettelijke samenwoning wordt
verstaan de toestand van samenleven van twee personen die een verklaring
hebben afgelegd overeenkomstig artikel 1476.
§ 2. Om een verklaring van wettelijke samenwoning te kunnen afleggen, moeten beide
partijen voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° niet verbonden zijn door een huwelijk of
door een andere wettelijke samenwoning;
2° bekwaam zijn om contracten aan te gaan overeenkomstig de artikelen 1123 en 1124.
Art. 1476 § 1. Een verklaring van wettelijke samenwoning
wordt afgelegd door middel van een geschrift dat tegen ontvangstbewijs wordt overhandigd
aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeenschappelijke woonplaats.
Dat geschrift bevat de volgende gegevens: 1° de datum van de verklaring;
2° de naam, de voornamen, de plaats en de datum van geboorte en de handtekening van beide
partijen;
3° de gemeenschappelijke woonplaats;
4° de vermelding van de wil van beide partijen om wettelijk samen te wonen;
5° de vermelding dat beide partijen vooraf kennis hebben genomen van de inhoud van de
artikelen 1475 tot 1479;
6° in voorkomend geval, de vermelding van de overeenkomst die is bedoeld in artikel 1478,
die de partijen hebben gesloten.
De ambtenaar van de burgerlijke stand gaat na of beide partijen voldoen aan de wettelijke
voorwaarden inzake de wettelijke samenwoning en maakt in voorkomend geval melding van de
verklaring in het bevolkingsregister.
Artikel 64, §§ 3 en 4, is van overeenkomstige toepassing op de akten van de burgerlijke
stand en de bewijzen, die, in voorkomend geval, worden gevraagd tot staving dat is voldaan
aan de wettelijke voorwaarden.
§ 2. De wettelijke samenwoning houdt op wanneer een van de partijen in het huwelijk
treedt of overlijdt, of wanneer er een einde aan wordt gemaakt overeenkomstig het bepaalde
in deze paragraaf.
De wettelijke samenwoning kan worden beëindigd hetzij in onderlinge overeenstemming door
de samenwonenden, hetzij eenzijdig door een van de samenwonenden door middel van een
schriftelijke verklaring die tegen ontvangstbewijs wordt overhandigd aan de ambtenaar van
de burgerlijke stand, zoals bepaald in het volgende lid. Dit geschrift bevat de volgende
gegevens: 1° de datum van de verklaring;
2° de naam, de voornamen, de plaats en de datum van geboorte van beide partijen en de
handtekening van beide partijen of van de partij die de verklaring aflegt;
3° de woonplaats van beide partijen;
4° de vermelding van de wil de wettelijke samenwoning te beëindigen.
De verklaring van de beëindiging in onderlinge overeenstemming wordt overhandigd aan de
ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van de woonplaats van beide partijen
of, indien de partijen geen woonplaats hebben in dezelfde gemeente, aan de ambtenaar van
de burgerlijke stand van de gemeente van de woonplaats van één van hen. In dat geval
geeft de ambtenaar van de burgerlijke stand kennis van de beëindiging binnen acht dagen
bij aangetekende brief aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van de
woonplaats van de andere partij.
De eenzijdige verklaring van de beëindiging wordt overhandigd aan de ambtenaar van de
burgerlijke stand van de gemeente van de woonplaats van beide partijen of, indien de
partijen geen woonplaats hebben in dezelfde gemeente, aan de ambtenaar van de burgerlijke
stand van de woonplaats van de partij die de verklaring aflegt. De ambtenaar van de
burgerlijke stand betekent binnen acht dagen de beëindiging bij
gerechtsdeurwaardersexploot aan de andere partij en in voorkomend geval geeft hij
er kennis van bij aangetekende brief binnen dezelfde termijn aan de ambtenaar van de
burgerlijke stand van de gemeente van de woonplaats van de andere partij.
In elk geval moeten de kosten van de betekening en de kennisgeving vooraf worden betaald
door hen die de verklaring afleggen.
De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt melding van de beëindiging van de wettelijke
samenwoning in het bevolkingsregister.
Art. 1477 § 1. De bepalingen van dit artikel die de rechten, verplichtingen en
bevoegdheden van de wettelijk samenwonenden regelen, zijn van toepassing door het enkele
feit van de wettelijke samenwoning.
§ 2. De artikelen 215, 220, § 1, en 224, § 1, 1, zijn van overeenkomstige toepassing op
de wettelijke samenwoning.
§ 3. De wettelijk samenwonenden dragen bij in de lasten van het samenleven naar
evenredigheid van hun mogelijkheden.
§ 4. Iedere schuld die door een der wettelijk samenwonenden wordt aangegaan ten behoeve
van het samenleven en van de kinderen die door hen opgevoed worden, verbindt de andere
samenwonende hoofdelijk. Deze is echter niet aansprakelijk voor schulden die, gelet op de
bestaansmiddelen van de samenwonenden, buitensporig zijn.]
Art. 1478 Elk van de wettelijk samenwonenden behoudt de goederen waarvan hij de eigendom
kan bewijzen, de inkomsten uit deze goederen en de opbrengsten uit arbeid.
De goederen waarvan geen van beide wettelijk samenwonenden de eigendom kan bewijzen en de
inkomsten daarvan worden geacht in onverdeeldheid te zijn.
Indien de overlevende wettelijk samenwonende een erfgenaam is van de vooroverledene, wordt
de in het vorige lid bedoelde onverdeeldheid ten aanzien van de erfgenamen met
voorbehouden erfdeel als een schenking beschouwd, behoudens tegenbewijs.
Voorts regelen de samenwonenden hun wettelijke samenwoning naar goeddunken door middel van
een overeenkomst, voor zover deze geen beding bevat dat strijdig is met artikel 1477, met
de openbare orde of de goede zeden, noch met de regels betreffende het ouderlijk gezag en
de voogdij, noch met de regels die de wettelijke orde van de erfopvolging bepalen. Die
overeenkomst wordt in authentieke vorm verleden voor de notaris en wordt vermeld in het
bevolkingsregister.
Art. 1479 Indien de verstandhouding tussen de wettelijk samenwonenden ernstig verstoord
is, beveelt de vrederechter, op verzoek van één van de partijen, de dringende en
voorlopige maatregelen betreffende het betrekken van de gemeenschappelijke verblijfplaats,
betreffende de persoon en de goederen van de samenwonenden en van de kinderen alsmede
betreffende de wettelijke en contractuele verplichtingen van beide samenwonenden.
De vrederechter bepaalt de geldigheidsduur van de maatregelen die hij oplegt. Hoe dan ook
vervallen die maatregelen op de dag dat de wettelijke samenwoning, zoals bedoeld in
artikel 1476, § 2, zesde lid, wordt beëindigd.
Na de beëindiging van de wettelijke samenwoning en voor zover de vordering binnen drie
maanden na die beëindiging is ingesteld, gelast de vrederechter de dringende en
voorlopige maatregelen die ingevolge de beëindiging gerechtvaardigd zijn. De vrederechter
bepaalt de geldigheidsduur van de maatregelen die hij oplegt. Die geldigheidsduur mag niet
langer dan één jaar bedragen.
De vrederechter beschikt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 1253ter tot
1253octies van het Gerechtelijk Wetboek.
Indien een wettelijk samenwonende zich tegenover de andere schuldig gemaakt heeft aan een
feit als bedoeld in de artikelen 375, 398 tot 400, 402, 403 of 405 van het Strafwetboek,
of heeft gepoogd een feit te plegen als bedoeld in de artikelen 375, 393, 394 of 397 van
hetzelfde Wetboek, of indien er ernstige aanwijzingen voor dergelijke gedragingen bestaan,
zal deze laatste behalve bij uitzonderlijke omstandigheden het genot van de
gemeenschappelijke verblijfplaats toegewezen krijgen indien hij daarom verzoekt.