BW - Boek III. -  Titel V. - Huwelijksvermogensstelsels
Hoofdstuk III : Overeenkomsten die het wettelijk stelsel kunnen wijzigen

§ 1. Bedigen tot uitbreiding van de gemeenschappelijke baten

Art. 1452. Echtgenoten kunnen overeenkomen dat de tegenwoordige en toekomstige roerende of onroerende goederen, bedoeld in artikel 1399, geheel of ten dele tot het gemeenschappelijk vermogen zullen behoren.
  In dat geval komen de schulden, bedoeld in artikel 1406, ten laste van het gemeenschappelijk vermogen naar verhouding van de waarde van de gemeenschappelijk geworden goederen ten tijde van hun inbreng, vergeleken met de waarde van de gezamenlijke goederen bedoeld in artikel 1399.

Art. 1453. Komen de echtgenoten overeen dat er tussen hen algehele gemeenschap zal zijn, dan brengen zij al hun tegenwoordige en toekomstige goederen in het gemeenschappelijk vermogen, met uitzondering van die welke van persoonlijke aard zijn en van de rechten die uitsluitend aan de persoon verbonden zijn.
  De algehele gemeenschap is gehouden tot al hun schulden.

Art. 1454. De echtgenoot die slechts een of meer bepaalde goederen, waarvan de waarde voor elk van hen in het contract wordt vermeld, in het gemeenschappelijk vermogen brengt, kan zijn inbreng beperken tot een bepaald bedrag.
  Bij de ontbinding van het stelsel is het gemeenschappelijk vermogen hem vergoeding verschuldigd ten bedrage van het verschil tussen de waarde van de aldus in het gemeenschappelijk vermogen gevallen goederen ten tijde van de inbreng en de som ten belope waarvan die goederen zijn ingebracht.

Art. 1455
. De echtgenoot die bepaalde goederen in het gemeenschappelijk vermogen heeft gebracht, kan bij de verdeling de nog in natura aanwezige goederen terugnemen, mits hij ze op zijn aandeel toerekent naar hun waarde ten tijde van de verdeling.

Art. 1456. Tenzij in het huwelijkscontract anders is bedongen, behoudt de echtgenoot die een deel van zijn tegenwoordige of toekomstige goederen in het gemeenschappelijk vermogen brengt, maar ze niet afzonderlijk aanwijst, over die goederen de bestuursbevoegdheid die artikel 1425 hem toekent.

Wetsgeschiedenis