De reserve van de langstlevende echtgenoot

2003: vrijheid inzake erfrechtelijke aanspraken

Ingeval iemand huwt terwijl hij reeds afstammelingen heeft uit een vorige relatie, is de wetgever van oordeel dat er geen volledige reservataire bescherming moet gelden inzake het erfrecht van de langstlevende.

In dit geval staat het de gehuwden vrij om hun onderlinge erfrechtelijke aanspraken zelf vast te leggen. Zij dienen dit te doen door middel van een huwelijkscontract.

In 2003 werd in Titel V. Huwelijksvermogensstelsels van het Belgisch Burgerlijk Wetboek onder Hoofdstuk I. Algemene bepalingen in artikel 1388 een regeling voorzien voor echtgenoten die reeds afstammelingen hebben uit een andere relatie. Zij mogen bij huwelijkscontract bijna volledig vrij (behalve voor de gezinswoning) hun erfrechtelijke aanspraken in elkaars nalatenschap regelen.

In 2003 werd aan artikel 915bis BW betreffende de reservataire erfaanspraken van de langstlevende echtgenoot een vijfde paragraaf ingevoegd. Daarin wordt verwezen naar de mogelijkheid om het erfrecht bij huwelijkscontract te regelen, zonder rekening te moeten houden met de reservataire erfaanspraken (uitgezonderd wat betreft de reserve op de gezinswoning).

 

2747.com / law / / / Belgie

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht

 

Artikel 915bis Belgisch Burgerlijk Wetboek anno 2006

Art. 915bis § 1. Niettegenstaande elke andersluidende bepaling verkrijgt de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik van de helft van de goederen van de nalatenschap.

§ 2. Giften bij akte onder de levenden of bij testament mogen niet tot gevolg hebben dat de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik verliest van het onroerend goed dat bij het openvallen van de nalatenschap het gezin tot voornaamste woning diende en van het daarin aanwezige huisraad.

In geval van feitelijke scheiding van de echtgenoten heeft dit vruchtgebruik betrekking op het onroerend goed waarin de echtgenoten hun laatste echtelijke verblijfplaats hadden gevestigd en op het daarin aanwezige huisraad, op voorwaarde dat de langstlevende echtgenoot daar is blijven wonen of tegen zijn wil verhinderd werd dat te doen en de toewijzing van dit vruchtgebruik voldoet aan de eis van billijkheid.

Dat vruchtgebruik wordt toegerekend op het vruchtgebruik dat de langstlevende echtgenoot verkrijgt ingevolge § 1, evenwel zonder daartoe beperkt te zijn.

§ 3. De rechten bedoeld in §§ 1 en 2 kunnen bij testament aan de langstlevende echtgenoot worden ontnomen, indien de echtgenoten op de dag van het overlijden sinds meer dan zes maanden gescheiden leefden en indien de erflater, vóór zijn overlijden, bij een gerechtelijke akte als eiser of als verweerder een afzonderlijk verblijf had gevorderd en voor zover de echtgenoten na die akte niet opnieuw zijn gaan samenwonen.

Deze bepaling is niet van toepassing indien de echtgenoten de overeenkomst bedoeld in artikel 1287, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek tot stand hebben gebracht.

§ 4. Wanneer de langstlevende echtgenoot opkomt samen met erfgenamen aan wie de wet een voorbehouden erfdeel toekent, wordt zijn voorbehouden erfdeel naar evenredigheid toegerekend op dat van de medeërfgenamen en op het beschikbaar gedeelte. (Examenvraag I.10 jaar 2004)

§ 5. Van het bepaalde in dit artikel kan worden afgeweken in het geval als bedoeld in artikel 1388, tweede lid.

 

Artikel 1388 Belgisch Burgerlijk Wetboek anno 2006

Art. 1388 De echtgenoten mogen niet afwijken van de regels die hun wederzijdse rechten en verplichtingen bepalen, noch van de regels betreffende het ouderlijk gezag en de voogdij noch van de regels die de wettelijke orde van de erfopvolging bepalen.

De echtgenoten kunnen bij huwelijkscontract of bij wijzigingsakte, wanneer op dat tijdstip een van hen één of meer afstammelingen heeft die voortkomen uit een andere relatie van voor hun huwelijk of die geadopteerd werden voor hun huwelijk, of afstammelingen van de geadopteerden, geheel of ten dele, zelfs zonder wederkerigheid, een regeling treffen over de rechten die de ene in de nalatenschap van de andere kan uitoefenen. Deze regeling doet geen afbreuk aan het recht van de ene, om bij testament of bij akte onder de levenden te beschikken ten gunste van de andere en kan in geen geval aan de langstlevende het recht van vruchtgebruik ontnemen van het onroerend goed dat bij het openvallen van de nalatenschap van de eerststervende het gezin tot voornaamste woning diende en van het daarin aanwezige huisraad, volgens de voorwaarden bepaald in artikel 915bis, §§ 2 tot 4.

 

2747.com / law / / / Belgie

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht