gehuwd
Wie gehuwd is wordt automatisch erfgenaam van zijn wederhelft zolang het huwelijk duurt. Bovendien wordt men zogenaamd reservataire erfgenaam. Dit betekent dat men niet kan onterfd worden. De regeling is anno 2006 terug te vinden in artikel 915bis BW.

Concreet kan de langstlevende echtgenoot niet onterfd worden van:
- de helft in vruchtgebruik van de nalatenschap
- het vruchtgebruik van de voornaamste gezinswoning met het daarin aanwezige huisraad (ook al is dit meer dan de heft van de nalatenschap).

Er bestaan evenwel uitzonderingen op dit verplicht erfrecht:
- Ingeval van feitelijke scheiding kan men soms een ontervend testament maken.
- Ingeval men reeds kinderen heeft uit een vorige relatie.
- Tijdens een echtscheidingsprocedure met onderlinge toestemming (eot) kan men het erfrecht uitsluiten in de regelingsakte.


Belgisch Burgerlijk Wetboek anno 2006:
Boek III - Titel II. Schenkingen onder de levenden en testamenten

Hoofdstuk III. Beschikbaar gedeelte der goederen en inkorting
Eerste afdeling. Beschikbaar gedeelte der goederen
...
Art. 915bis
§ 1.  Niettegenstaande elke andersluidende bepaling verkrijgt de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik van de helft van de goederen van de nalatenschap.

§ 2. Giften bij akte onder de levenden of bij testament mogen niet tot gevolg hebben dat de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik verliest van het onroerend goed dat bij het openvallen van de nalatenschap het gezin tot voornaamste woning diende en van het daarin aanwezige huisraad.
   In geval van feitelijke scheiding van de echtgenoten heeft dit vruchtgebruik betrekking op het onroerend goed waarin de echtgenoten hun laatste echtelijke verblijfplaats hadden gevestigd en op het daarin aanwezige huisraad, op voorwaarde dat de langstlevende echtgenoot daar is blijven wonen of tegen zijn wil verhinderd werd dat te doen en de toewijzing van dit vruchtgebruik voldoet aan de eis van billijkheid.
   Dat vruchtgebruik wordt toegerekend op het vruchtgebruik dat de langstlevende echtgenoot verkrijgt ingevolge § 1, evenwel zonder daartoe beperkt te zijn.

§ 3. De rechten bedoeld in §§ 1 en 2 kunnen bij testament aan de langstlevende echtgenoot worden ontnomen, indien de echtgenoten op de dag van het overlijden sinds meer dan zes maanden gescheiden leefden en indien de erflater, vóór zijn overlijden, bij een gerechtelijke akte als eiser of als verweerder een afzonderlijk verblijf had gevorderd en voor zover de echtgenoten na die akte niet opnieuw zijn gaan samenwonen.
   Deze bepaling is niet van toepassing indien de echtgenoten de overeenkomst bedoeld in artikel 1287, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek tot stand hebben gebracht.

§ 4. Wanneer de langstlevende echtgenoot opkomt samen met erfgenamen aan wie de wet een voorbehouden erfdeel toekent, wordt zijn voorbehouden erfdeel naar evenredigheid toegerekend op dat van de medeërfgenamen en op het beschikbaar gedeelte.

§ 5.  Van het bepaalde in dit artikel kan worden afgeweken in het geval als bedoeld in artikel 1388, tweede lid.