Belgisch Burgerlijk Wetboek - Titel V. Het huwelijk

Hoofdstuk I. Hoedanigheden en voorwaarden vereist om een huwelijk te mogen aangaan

Hoofdstuk II. Formaliteiten betreffende de voltrekking van het huwelijk

Wetsgeschiedenis
Art. 165. <W 1999-05-04/63, art. 13, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. Het huwelijk mag niet worden voltrokken vóór de 14e dag na de datum van opmaak van de akte van aangifte van het huwelijk, zoals bedoeld in artikel 63.
  § 2. De procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement waarin de verzoekers voornemens zijn te huwen, kan, om gewichtige redenen vrijstelling verlenen van de aangifte en van elke wachttijd, en een verlenging van de in § 3 bedoelde termijn van zes maanden toestaan.
  Dezelfde bevoegdheid wordt voor de in hun eigen kanselarij te voltrekken huwelijken toegekend aan de diplomatieke ambtenaren die aan het hoofd staan van een post, alsook aan de ambtenaren van het consulaire korps aan wie de functie van ambtenaar van de burgerlijke stand is opgedragen.
  § 3. Indien het huwelijk niet is voltrokken binnen de zes maanden sinds het verstrijken van de in § 1 bedoelde termijn van 14 dagen, mag het niet meer worden voltrokken dan nadat een nieuwe aangifte van het huwelijk werd gedaan in de vorm zoals bepaald in artikel 63.
  In geval van verzet tegen het huwelijk of wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand weigert het huwelijk te voltrekken, kan de rechter die zich uitspreekt over de opheffing van het verzet of het beroep tegen de weigering een huwelijk te voltrekken om een verlenging van deze termijn van zes maanden worden verzocht.

  Art. 166. <W 1999-05-04/63, art. 14, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2000> De voltrekking van het huwelijk geschiedt in het openbaar voor de ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte van aangifte heeft opgemaakt.

  Art. 167. <W 1999-05-04/63, art. 15, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2000> De ambtenaar van de burgerlijke stand weigert het huwelijk te voltrekken wanneer blijkt dat niet is voldaan aan de hoedanigheden en voorwaarden vereist om een huwelijk te mogen aangaan, of indien hij van oordeel is dat de voltrekking in strijd is met de beginselen van de openbare orde.
  Indien er een ernstig vermoeden bestaat dat niet is voldaan aan de in het vorige lid gestelde voorwaarden kan de ambtenaar van de burgerlijke stand de voltrekking van het huwelijk uitstellen, na eventueel het advies van de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waarin de verzoekers voornemens zijn te huwen te hebben ingewonnen, gedurende ten hoogste twee maanden vanaf de door belanghebbende partijen vooropgestelde huwelijksdatum, teneinde bijkomend onderzoek te verrichten.
  Indien hij binnen de in vorig lid gestelde termijn nog geen definitieve beslissing heeft genomen, dient de ambtenaar van de burgerlijke stand het huwelijk te voltrekken, zelfs in die gevallen waar de in artikel 165, § 3 bedoelde termijn van zes maanden reeds is verstreken.
  In geval van een weigering zoals bedoeld in het eerste lid, brengt de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn met redenen omklede beslissing zonder verwijl ter kennis van de belanghebbende partijen. Tezelfdertijd wordt een afschrift hiervan, samen met een kopie van alle nuttige documenten, overgezonden aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waarin de weigering plaatsvond.
  Indien één van de aanstaande echtgenoten of beiden op de dag van de weigering hun inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister of hun actuele verblijfplaats niet hebben binnen de gemeente, wordt de weigeringsbeslissing tevens onmiddellijk ter kennis gebracht van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van inschrijving in een van deze registers of van de actuele verblijfplaats in België van deze aanstaande echtgenoot of echtgenoten.
  Tegen de weigering door de ambtenaar van de burgerlijke stand om het huwelijk te voltrekken, kan door belanghebbende partijen binnen de maand (na de kennisgeving van zijn beslissing) beroep worden aangetekend bij de rechtbank van eerste aanleg. <W 2000-03-01/48, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 16-04-2000>

  Art. 168. (Opgeheven) <W 26-12-1891, art. 10>

  Art. 169. (Opgeheven) <W 26-12-1891, art. 10>

  Art. 170. (Opgeheven) <W 2004-07-16/31, art. 139, 020; Inwerkingtreding : 01-10-2004>

  Art. 170bis. <W 1999-05-04/63, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2000> Aangiften van huwelijk te voltrekken door de Belgische diplomatieke of consulaire ambtenaren, worden overeenkomstig de Belgische wetten gedaan in de kanselarijen waar de huwelijken worden voltrokken.

  Art. 170ter. (Opgehevne) <W 2004-07-16/31, art. 139, 020; Inwerkingtreding : 01-10-2004>

  Art. 171. (Opgeheven) <W 2004-07-16/31, art. 139, 020; Inwerkingtreding : 01-10-2004>